Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Treffelijke geërfden waren zij, die geen land in het gericht hadden, doch de administratie over de geërfden voerden.

De geërfden waren bovendien door geboorte scheper/baar.

§ 7. V/car/ën waren kerkelijke stichtingen, gewoonlijk altaren, waarvoor middelen tot onderhoud, ook voor de geestelijken, die ze bedienden, meest uit landerijen waren aangewezen.

Op zulk een altaar werden zielemissen gelezen, in de eerste plaats voor den stichter of de stichteres van het altaar.

Degene, die het recht had een priester met zulk een altaar te begiftigen (te presenteeren) heette collator; het recht heette, het recht van collatie of van presentatie.

In de St. Maartenskerk te Tiel vond men eertijds verschillende altaren.

Die van St. Anna en van St. Brigitta waren gedurende een eeuw in het bezit der familie Wijnants van Resant.

Met de Hervorming veranderde het wezen der vicariën.

Zoo werd bepaald, dat de collator met zijn vicarie zou begiftigen jongelingen (gewoonlijk van zijn eigen familie), wier onderricht bekostigd zou worden uit de opbrengsten der landerijen, die tot het altaar behoorden ; ook wel werd uit die opbrengsten een predikant bezoldigd en dus deze met de vicarie gepresenteerd. De begiftigde was verplicht daarna, in casu aan het Hof van Gelderland, om brieven van institutie te verzoeken.

Sedert 1648 had de magistraat van Tiel het recht van collatie verkregen van de nog in de St. Maartenskerk bestaande vicariën. (Zie hierover Mr. F.. D. Rink, Beschrijving der stad Tiel, blz. 297—301).

Tot 1580 bleef Tiel in handen van Spanje; in dat jaar werd de Hervormde Godsdienst officieel ingevoerd en de eerste predikant beroepen.

§ 8. De z. g. Metje of Mechteld Vogel's Godskamers te\Tiel werden gesticht door Mechteld Vogel,

Sluiten