Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oudste hunner, J o h a n, n. i., zijn vader als collator behoorde op te volgen.

Willem, hun vader, had bovendien in 1583 reeds zijn kleinkinderen Cornelis en Gerrit, iresp. kinderen van zijn zonen Johan en Willem), met de twee vicariën gepresenteerd (begiftigd), doch had verzuimd om aan het Hof van Gelderland de voorgeschreven brieven van institutie daarop te vragen. Van dit verzuim maakte hun neef Hendrik nu gebruik om voor zijn zoons Lieven en J a n brieven van institutie te verzoeken. Eerst in 1587 werd deze zaak getermineerd door de Sententie van het Hof van Gelderland van 28 Juni van dat jaar, waarbij Hendrik in het gelijk gesteld werd. De sententie met den bundel memoriën en bijlagen, te samen een 136 bladzijden beslaande, berust in het Rijks-Archief te Arnhem, en in afschrift bij schrijver dezes; deze stukken bevatten veel bewijsstukken voor de afstamming en andere bijzonderheden ; als bijlagen I, K en L hierachter, zijn eenige dezer stukken gedeeltelijk opgenomen. Beide vicariën kwamen later in andere handen; de vicarie van St. Anna kwam in bezit van Johan Wijnants van Resant, den zoon van den vroegeren pupil van Hendrik; die van St. Brigitta sedert 1616 aan Johan van Geystere n

') In de fundatiebrieven der vicariën van R ij c k I a n t wed. Re rn bolt Jansz. was bepaald, dat het recht van collatie (begeving) gedurende vier begevingen zou berusten aan haar rechte erfgenamen en daarna zou overgaan op den Landcommandeur van de Balije van Utrecht. Na de begiftiging van 1585 kwam de daarop volgende begeving aan laatstgenoemden persoon, omdat er toen 4 begevklfeen na Rijcklandt Rembolt Jansz. hadden plaats gehaé-^Ondertusschen was door de Hervorming het wezen der vicariën geheel veranderd. Begiftigde vroeger de collator een priester met de vicarie, welke betaald werden verder de opbrengsten genoot uit de goederen tot de vicarie behoorende, na de hervorming verviel het kerkelijke, dat zulk een stichting meebracht, en had de collatoro.a. het recht een jongeling met de vicarie te begiftigen, welks ter schoolgaan bestreden werd uit de opbrengsten der vicarie-goederen. Was die presentatie geschied, dan was de gepresenteerde verplicht om (in casu hier) aan het Hof van Gelderland brieven van institutie te vragen.

Zoo werd in 1613 door den Landcommandeur der Balije van Utrecht met de vicarie van St. Anna begiftigd Johan W. v. R., toen omstreeks 10 jaar oud (zie blz 158) en met de vicarie van St. Brigitta in hetzelfde jaar een zekere Gerrit Corneliszn.

Sluiten