Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geplaatst bij het 16e Bataljon (te Padang-Pandjang), 16 Octoher 1876.

Overgeplaatst bij het 6e Bataljon (te Biloel-Zuid), 26 Mei 1877.

Overgeplaatst bij het 2e Garnizoens-Bataljon van GrootAtjeh, 1 Augustus 1877.

Overgeplaatst bij het 3e Bataljon aldaar (te Longbattah), 23 Aug. 1877.

Overgeplaatst bij het Garnizoens-Bataljon van Sumatra's Westkust (te Singkel), 20 Mei 1878.

Bevorderd tot 1e luitenant der infanterie, 26 September 1878.

Bij Gouv.-besluit van 24 Oct. 1879 de bijzondere tevredenheid der regeering betuigd wegens zijne houding bij gelegenheid van den in den nacht van 11 op 12 Juli 1879 te Singkel gewoed hebbende brand.

Overgeplaatst bij het 17e Bataljon (Fort de Koek), 26 Maart 1880.

Overgeplaatst bij het 7e Bataljon (Malang, Banjoe-Biroe en later in het veepest-cordon te Salem, res. Tagal), 22 April 1880.

Op zijn verzoek den tijd zijner detacheering met één jaar verlengd, 7 Juni 1881.

Hem verleend het eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven met de gesp Atjeh 1873-1880.

Naar Nederland teruggekeerd (per Fransche mail), 31 Juli 1882.

Hier te lande aangekomen, 13 September 1882.

Ingedeeld bij het 7e Regiment Infanterie te Amsterdam, 25 September 1882.

Zr M* bijzondere tevredenheid betuigd ter zake van zijn beleidvol gedrag en zijne stipte plichtsbetrachting bij de beteugeling der in de maand Juli 1886 te Amsterdam voorgevallen ongeregeldheden (Palingoproer) en overgeplaatst bij het Regiment Grenadiers en Jagers te 's-Gravenhage, 19 Augustus 1886.

Ridder der Danebrogsorde 3e klasse, 20 Mei 1890.

Bevorderd tot kapitein en op zijn verzoek in dien rang overgeplaatst bij het Wapen der Kon. Marechaussee en wel bij de 3e Divisie te Zwolle, 2 November 1891.

Overgeplaatst naar de 4e Divisie, 13 April 1894, resp. te Winschoten en te Groningen.

Ridder in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden, 31 Augustus 1898.

Sluiten