is toegevoegd aan uw favorieten.

De questierders van den aflaat in de noordelijke Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUD.

HOOFDSTUK I.

INLEIDING. i —-17

Onbekendheid en belangrijkheid der stof; wat waren „questierders" ? blz. i. Verslag van de schriftelijke bronnen, die zijn gebruikt; ze zijn afkomstig uit het RijksArchief te Utrccht, blz. 2. Een brief van W. Moll; aanwijzing hoe het onderwerp is behandeld, blz. 3. De aflaat bezien uit een godsdienstig oogpunt; wanneer is voor het eerst aflaat verleend? blz. 4. Boetedoeningen reeds vroeg opgelegd; Regino van Prüm; paus Urbanus II, blz. 4 en 5. Met Alexander Halesius en Albertus Magnus komt een nieuw element in den aflaathandel:

de schat van overtollige werken; eene dergelijke opvatting bij paus Clemens VI en bij Thomas van Aquino te vinden, blz. 5 en 6. Aflaat verleend van „schuld" en „straf", blz. 6. Aflaat beschouwd uit een politiek gezichtspunt: de kerk heeft geld noodig; het klooster te Egmond heeft met moeite een aflaat verkregen, blz. 7 en 8. Waar bleef de winst van den aflaathandel?; aflaat wordt verleend aan hen die de kerk te Zutphen bezoeken ;

paus Clemens IV geeft dien bij de wijding van den Dom te Utrecht, blz. g. Evenzoo paus Nicolaas IV en paus Bonifacius IX ; aflaat verleend aan allen, die de zeven kerken te Rome bezoeken, blz. 10. Ook bij den aanleg van bruggen, wegen en voor het herstel van dijken kan men aflaat verwerven; paus Leo X geeft dien voor het opsporen van oude handschriften, blz. 11. Verschillende