is toegevoegd aan uw favorieten.

De questierders van den aflaat in de noordelijke Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaar geleden werden zulke voorwerpen aan de huizen door kramers verkocht; op kermissen boden kooplieden voor luttele centimes hoorntjes en ringetjes aan, die op de stool waren gezegend l). Of dit tegenwoordig nog gebeurt is mij onbekend; dat men ze te St. Hubert kan bekomen, heb ik zelf ondervonden. Ook brood, dat op St. Huibrechtsdag (3 Nov.) op de stool is gewijd, geldt nóg als een uitnemend geneesmiddel tegen de gevreesde ziekte. Men kan het zelf naar de kerk medebrengen om het te laten zegenen, of men kan de zoogenaamde „St. Huibrechtsbroodjes bij den kerkeknecht koopen. Sommige personen loopen het gansche jaar met een stukje van dit heilige brood in hun broekzak rond. Om ratten en muizen te verdrijven, werd dit gewijde brood eveneens gebruikt; men legde daartoe wat broodkruimels in de verborgene hoeken en plaatsen, die door deze onaangename gasten werden bezocht, en weldra was van hen geen spoor meer te vinden 2).

Kr is echter nog een andere wijze, waarop de stool als geneesmiddel wordt gebruikt''1). Stel: iemand is door een dollen hond gebeten. Hij komt te St. Hubert en verlangt van de „rabies" genezen te worden. Des morgens moet hij eerst de mis hooren en biechten ; vervolgens begeeft hij zich, voorafgegaan door den priester, naar de sacristie, waar de geestelijke zich een groene stool om den hals legt. De gebetene knielt neder en moet een kort gebed opzeggen tot St. Hubertus, dan gaat hij op een stoel zitten, de priester maakt eene, ongeveer 2 c.M. lange, insnijding in het voorhoofd van den patiënt, en in deze wonde brengt hij een klein draadje van de heilige stool. Om te beletten dat dit draadje er uit zal vallen en zoo zijn genezende kracht niet kan uitoefenen, bindt de geestelijke hieroverheen een zwarten band, dien de gebetene q dagen lang moet dragen. Vervolgens schrijft de priester den naam in de registers der kerk, een zéér milde gave wordt ingewacht, en den patiënt worden enkele voorschriften gegeven over de leefwijze gedurende die 9 dagen. Hij moet bijvoorbeeld geregeld biechten; alléén slapen en wel onder schoone zindelijke

1) Henri Gaidoz, La ra go et St. Hubert, Paris 1887, p. 119—126.

2) A. de Cock, Volksgebruiken en volksgeloof, in Volkskunde, T ij cl schrift voor Nederlandsche Folklore, Jaarg. VII, blz. 43 en 4.

3) Keeds in het midden der eltde eeuw schonk Josbert de Marle eenige goederen aan het klooster St. Hubert, omdat hij op die plaats door eene kleine operatie van de hondsdolheid was genezen. Vgl. Godefroid Kurth, Chartes de 1' a b b a y e de Saint-Hubert en A r d en n e, Brux. 1003, T. I, p. 12.