is toegevoegd aan uw favorieten.

De Honte en het eiland Borssele

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of in erfpacht uit te geven voor f8,00 'sjaars per Gemet. Bij weigering moest het land onder 's Rentmeesters beheer worden gebracht, (a)

Zelfs in het octrooi tot bedijking van den polder NieuwVrijberge van 29 April 1740 luidt het in betrekking tot deze aangelegenheid nog: „daarenboven in te dijken ten behoeve van het Ministerium Divinum, het honderdste Gemet, vrij van tienden, water- en dijkpenningen nu en altoos, goed cavelbaar land in eenen blok af te cavelen ter presentie en ten conlentemente van den Rentmeester der zoogenaamde geestelijke goederen over dat quartier."

Zoo spraken de Stalen, zoo handelde de Overheid, en hunne wijze van doen was volstrekt geen nieuwigheid. Sinds lang toch was men op die wijze ook elders op het totstandkomen van dergelijke vrije gronden hij het bedijken van gorzen bedacht geweest.

Uit de stukken, betrekking hebbende op de uitgifte van de aanwassen van den Ruigendijk en den Ouden-Hoorn van 1355, blijkt dat deze zijn bedijkt onder voorwaarde, dat „de sevende voere", dat is de zevende veur of voor, vrij zoude zijn. en dat de bedijkers van elke honderd Gemeten grond, die ingepolderd werd, bovendien nog beschikbaar zouden stellen, „een gemet lands der Kercke, die staen sal in dat voors. landt." (ö)

De gronden gingen dus in eigendom aan de bedijkers over voor het zevende Gemet van het ingepolderde land, terwijl zij ook gehouden waren het honderdste deel daarvan af te zonderen voor een in de dijkage te vestigen kerk.

Ook Nieuw-Hellevoet en Smithil, reeds hiervoren aangehaald, werden in 13(37 uitgegeven op „de sevende veur" of bet zevende Gemet, als vroon; terwijl door Maciitkld, Vrouwe van Voorne, werd bepaald, „dat men zou geven in der eeren Gods van elke hondert gemeten landts, dat men binnen desen Rijcken sal, alsoo verre als Heerlijckheit strekt,

b~] Privilegiën, enz. betreffende de stad F»rielle en liet laud van Voorne, bladz. 232. a] Statennotnlen van 1700 bladz. 32.

29