is toegevoegd aan uw favorieten.

Inwerking van brandigdruivenzuur op brandigdruivenzuurammonium

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eerste hoeveelheid brandigdruivenzuur te neutraliseeren) op twee moleculen brandigdruivenzuur.

De analyses van de gevonden verbinding gaven als verhoudingsformule C5 II,, NO,.

Het ontstaat dus uit brandigdruivenzuur volgens onderstaande vergelijking (daar het kooldioxyde van het ammoniumcarbonaat geen deel aan de reactie neemt, is voor de eenvoudigheid, alleen het ammonia, als werkend bestanddeel, in de vergelijking ingevoegd):

2 C, H4 O, + NH:! = CB H,, NO, -f H,0 + C02.

Op elk molecule ammonia moet dus een molecule kooldioxyde vrijkomen. Een direkte bepaling van het gevormde kooldioxyde is hier geheel mede in overeenstemming.

Voor een verbinding CPi H„ NO, zijn een twintigtal structuurformules mogelijk. Het ontstaan echter van het lichaam uit brandigdruivenzuur geeft een middel aan de hand, om dit aantal tot twee te verminderen.

Gaan we toch uit van dezelfde onderstellingen, welke gebruikt werden om de condensatieprodukten door inwerking van ammoniak, uit aceton verkregen, te verklaren, zoo zal het ook in dit geval mogelijk zijn om op twee verschillende wijzen tot de structuurformule van de verbinding te geraken.

A. Onderstellen we in de eerste plaats, dat ammoniak zich met ketonzuren op een overeenkomstige wijze, als met aldehyden verbindt (een analoge hypothese werd gebruikt bij de eerste afleiding van diaceton- en triacetonamine uit aceton».

Daar uit aldehyden door additie van ammoniak de aldehydammoniakverbindingen ontstaan, zoo zal men, hiermede in overeenstemming, aan de hypothetische verbindingen, welke uit « ketonzuren gedacht worden te ontstaan, den naam « ketonzuurammoniakverbindingen moeten geven.

Brandigdruivenzuur zal dus als « ketonzuur, zich met ammoniak vereenigen tot het hypothetische brandigdruivenzuurammoniak (niet te verwarren met den ouden naam voor het ammoniuinzout), een verbinding, waaraan de volgende formule moet worden toegekend (« amidooxypropionzuur n.1.: