is toegevoegd aan uw favorieten.

Over oploswarmten in het algemeen, die van Cd S O4 8/3 H 2 O in het bijzonder

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kromme van 't type III aan met een minimum gelegen bij ongeveer gelijke moleculen alcohol en CS„.

De andere geïsoleerde waarnemingen van Bussy en Buignet, die bij elk mengsel één enkele mengverhouding onderzochten, hebben voor ons doel weinig waarde.

Alleen leeren zij, dat terwijl bij vermenging van een anorganische verbinding en water het type III, voor zoover bekend nooit voorkomt, dit type bij mengsels van niet-electrolyten wel vertegenwoordigd is. Ook van het type 11 vinden wij bij deze categorie van mengsels blijkens een tweetal waarnemingen omtrent 't mengsel alcohol—CHC13 voorbeelden.

§ 8. Overzicht dek typen.

Het resultaat van ons onderzoek is geweest, dat er vier typen van mengwarmtelijnen te onderscheiden zijn: het type I (H NOg), type II (azijnzuur), type III (fig. 20) en type IV (fig. 22).

Beschouwen wij eerst de mengsels van water en electrolyten.

Van deze vier typen komt het eerste verreweg het meeste voor. Onder de zouten kunnen wij ternauwernood een enkele met beslistheid tot een der typen II-IV rekenen.

Evenmin vinden wij onder de basen de typen II—IV vertegenwoordigd.

Daarentegen vindt men onder de zuren een tweetal, dat tot 't tweede type moet worden gerekend. De andere vertoonen het eerste type.

De groote meerderheid der onderzochte electrolyten moet dus tot type I gerekend worden.

Waaraan is nu de warm te-ontwikkeling, optredende bij vermenging van water en vloeibaar electrolyt, te danken?

Beginnen wij met het aan de water-as grenzende deel der kromme en zoeken wij naar de oorzaken van het thermisch effect bij toevoeging van vloeibaar electrolyt aan veel water. Naar onze tegenwoordige voorstellingen treedt hierbij ionisatie van deze stof op; ook het volume van het water verandert; deze beide oorzaken zullen een warmteproc.es tengevolge hebben.

Dat de ionisatie met een warmteëffect gepaard gaat, is bekend.