is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige waarnemingen over de werking van water op antimomiumchloruur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaan. Hij verrichte oen uitvoerig onderzoek, ten einde daaromtrent zekerheid te verkrijgen.

Vooreerst bevond hij, dat SbCl3 *), met D/2— 2 Mol. HoO behandeld, daarin volkomen oploste, en dat deze oplossing bij verdamping boven zwavelzuur weder kristallijn SbCl3 afzette. Eerst bij vermenging met meer water had er vervanging van Cl2 door O plaats.

Hij overgoot daartoe SbCl3 met 3, 4, 5 enz. mol HoO en liet dit gedurende eenige weken bij gewone temperatuur aan zich zelf over. Was do toegevoegde hoeveelheid water niet te groot, dan werd het eerst amorf zijnde neerslag kristallijn. De mengsels, tot 9 mol H.,0 toe, gaven kleine glanzende kristallen. De mengsels met 9 en 10 mol HoO leverden enkele kristallen in de amorfe massa verdeeld. Daarboven bleven de neerslagen zelfs maandenlang nog amorf. De neerslagen werden tusschen filtreerpapier uitgeperst en boven H>S04 gedroogd. De analysen gaven eerst geen volkomen overeenstemmende cijfers, ofschoon de samenstelling vooral van de meer kristallij ne neerslagen nagenoeg stemde met de form. SbOCl.

Het Sb werd bepaald volgens Bunsen als Sb204. Toen evenwel de drooge neerslagen met CS2 of aether gewasschen waren, waarin SbCl3 gemakkc-

'j Bereid door het oplossen van SbjSj in HC1 en driemalen overhalen van den Oleum Antimonii.