is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige waarnemingen over de werking van water op antimomiumchloruur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oranjekleurige Sb2Sa werd nu als bij de eerste methode verder behandeld.

Bij de proefanalysen waarbij genomen werd ± 2 Gr. SbCl3 en 2 Gr zoutzuur (10 '/0), verkreeg ik gunstige uitkomsten.

Naar deze methode werden vier analysen gemaakt , twee waarbij het Chloorwaterstof getitreerd (A) en twee waarbij het Chloor als AgCl werd bepaald (B).

A. Met titratie naar Volhard :

I. Genomen 2,064" Gr. SbCl3 en 2,043! Gr. zoutzuur.

II. Genomen 2,047,s Gr. SbCl3 en 2,0498 Gr. zoutzuur.

Het zoutzuur was vooraf geanalyseerd.

I. 4,1574Gr. gaven l,59G:ï Gr AgCl = 11,13 MolHCl,

II. 4,246') ,, „ 1,023" Gr. AgCl =11,37 „ „ Dus 1 Gram zoutzuur bevatte 2,G77 Mol HC1

zoowel naar I, als naar II.

Bij de twee analysen werd verkregen:

Analyse I.

Genomen. Gevonden Berekend. Verschil.

AtSb 9.111 ) 9,lti + 0,05 Sb. AtCl 27.303 ( {

Mol HC'1 5.304 | '!2,'>'' 5,197 — 32,t>77

3 9.1 <> — 0,107 Cl.

5,344 — 32,B77 — of

3 >< 9,11 _f_ 0.040 Cl.