is toegevoegd aan uw favorieten.

Statistische en andere bijdragen tot de kennis van het astigmatisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedragen zich de gemengde astigmaten wat betreft het scheelzien, evenals de enkelvoudige astigmaten. Ook in andere opzichten worden zij eerder tot de enkelvoudige dan tot de samengestelde astigmaten gerekend.

Wij zullen nu achtereenvolgens bij de verschillende soorten van astigmatische scheelzienden nagaan:

1°. hoe de verhouding der convergent en divergent scheelzienden is,

2°. welke de gemiddelde graad van As- en sphaerische refractie bij elk der soorten is,

:5°. of er ook asstanden zijn, die meer dan andere praedisponeeren tot scheelzien.

H. Van de enkelvoudig hypermetrop. astigm. strabeerden 25 patienten. Hiervan hadden 6 een divergent strabismus, 19 een convergent. Door dit relatief groot aantal divergent strabeerenden herinneren zij ons meer aan de emmetropen, dan aan de hypermetropen.

4 hadden een astigmat. van 1 D.

' H II H u 2 D.

10 n n u n 3 D.

4 u u ii u 4 D. De gemiddelde grootte van het As is dus 2,5 D. In 14 gevallen stond het max. v. brek. vertic. = 5(3 % ii ;i « „ i, „ u horiz. — 12 "/0

„ II U „ U II 400 nas. =12 %

ii 5 ii I, ii ii n 40J temp. = 20 »/0

Om een juist inzicht te krijgen bij welken asstand het strabismus het meest voorkomt zullen wij deze procenten vergelijken met de procenten die wij bij den asstand voor het As II gevonden hebben,