is toegevoegd aan uw favorieten.

De perithecium-ontwikkeling van Monascus purpureus Went en Monascus Barkeri Dangeard in verband met de phylogenie der Ascomyceten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fruchtentw. der Ascom." en zooals hij het in 1884 ook in zijn Vergl. Morph. und Biol. der Pilze, p. 78 en volg. uiteenzette, en in dien tusschentijd verschenen ook van strasburger hierover onderzoekingen (Zellbildung und Zelltheilung 3. Aufl. p. 49 ff.), welke zich bij de Bary's meening aansloten.

't Was echter aan de nieuwere microscopische techniek gegeven in deze materie onder leiding van een harer beste dienaren eene harer schoone overwinningen te behalen.

In Ber. d. deutschen Bot. Ges. Bnd. XIII 1895 enjahrb. f. wiss. Bot. XXX 1897 verschenen artikelen van HARPER over de vorming der sporen in den ascus en nieuwe bijdragen over dit onderwerp naast eene studie over de sporenvorming in 't sporangium der Zygomyceten vinden we in Annals of Botany vol. XIII 1899.

De conclusies, welke HARPER uit de door hem onderzochte vormen, Ascobolus, Peziza, Erysiphe. I.achnea, Pilobolus en Sporodinia trekt, luiden :

„If we compare now the methods of spore-formation in the ascus and in the sporangia studied, the differences in the two cases are at once apparent. In the ascus, as in the higher plants, the cutting out of the daughter cell from the mother cell is effected by the agency of the same fibrous kinoplasmic elements as were concerned in the division of the nucleus. In the higher plants the flat cell-plate is formed by the ,,coneprincipal" of the karyokinetic figure as named by van Beneden, while in the ascus the daughter cell is cut out of the protoplasm of the mother cell by an ellipsoidal cell plate formed from the fibres of the antipodal cone. In this process the daughter