is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het verband tusschen de refractie en het brekende stelsel van het oog

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

methode in toepassing brengen, die we gebruikten bij de bepaling van den radius corneae. Hei.mholtz zocht dus eene andere methode en ging aldus te werk.

Helmholtz plaatste vlak vóór het oog een horizontaal spiegeltje en op eenigen afstand twee lampen, waarvan de sterkste vast, de zwakste verstelbaar was. Het spiegeltje geeft beelden van deze lichtbronnen even ver beneden het niveau van den spiegel, als de lichten er boven staan.

De vaststaande en sterkste lichtbron en haar spiegelbeeld dienden tot voorwerp, waarvan de vóórvlakte der lens een spiegelbeeld ontwerpt ; het beeld, dat de cornea van deze beiden vormt, was voor de bepaling van geen belang. De cornea geeft ons bovendien beelden van de beide zwakkere lichtbronnen, wier afstand door verschuiven der kleine lamp te wijzigen is. Men stelle deze laatste nu zoodanig, dat hare beide cornea-beelden op gelijken afstand van elkaar staan, als de lensbeelden der groote lamp.

De spiegeling door de vóórste lensvlakte is afhankelijk van de kromming dier lensvlakte en van de krommingen van het daar vóór liggende brekende stelsel. De hoofdbrandpuntsafstand van dit samengestelde stelsel en de hoofdbrandpuntsafstand der cornea zullen zich verhouden omgekeerd als de grootte der voorwerpen, wanneer we, zooals hierboven vermeld, hunne spiegelbeelden gelijk groot hebben doen worden.

Het is duidelijk, dat we dan de gegevens bezitten tot het berekenen van den straal der vóórste lensvlakte.

We kennen de grootte onzer uit 2 lichtbronnen bestaande voorwerpen, we kennen den hoofdbrandpunts-afstand der cornea, dan kunnen we dus den hoofdbrandpunts-afstand bepalen van het uit cornea en lensvóórvlakte samengestelde spiegelende systeem. Uit dezen brandpunts-afstand, den straal