is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het verband tusschen de refractie en het brekende stelsel van het oog

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Radius anterior lentis (Reuss).

6 emmetropen 3 hypermetropen 21 myopen hoogste 11.84 mM. 12.41 mM. 14.66 mM. laagste 9.37 „ 10.8 „ 12.06 „ gemiddelde 10.8 „ 11.76 „ 12.69 ,

Reuss onderzocht de hypermetropen na indruppeling met atropine, zoodat we deze waarden dus eigenlijk niet met de onze kunnen vergelijken.

Opmerkelijk hoog zijn echter zijne maten van myopische lenzen. Meer in overeenstemming met onze cijfers zijn de waarden, die hij bij emmetropen vond, terwijl het karakteristieke verschil tusschen myopen en hypermetropen ook bij hem voor den dag komt.

Zoeken we bijeen de waarden van den voorsten lensstraal, die door Helmholtz, Knapp, Woinow, Adamück, Mandelstamm en Reich werden bepaald, allen bij emmetropen, zoo vinden we daaronder als:

hoogste waarde 12.58

laagste „ 7.86

gemiddelde „ 9.9034

Ons gemiddelde van 10.3 mM. wijkt dus niet belangrijk van het door hen gevonden gemiddelde af.

Mogen we nu uit onze cijfers werkelijk direct besluiten tot eene krommere voorste lensvlakte bij den hypermetroop? Kunnen de verschillen niet op rekening der accommodatieve veranderingen worden gesteld?

Nemen we in aanmerking, dat de patienten bij deze bepalingen niet nauwkeurig behoefden te fixeeren, doch integendeel verzocht werd zooveel mogelijk de accommodatie te ontspannen, en dat het bovendien gemakkelijk was aan de pupilwijdte en aan den afstand der lensbeeldjes elke toename der accommodatie te herkennen, zoo mogen we wel