is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek omtrent de samenstelling der bismuthnitraten en de evenwichten in het stelsel bismuthoxyde, salpeterzuur en water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooger N.,05 gehalte, hetwelk in de volgende § behandeld wordt, bij inwerking van warm water zou ontstaan, dan blijkt het nog duidelijker dat de samenstelling van het kristallijne zout, hetgeen uit 1—1—2 door inwerking van water ontstaat, geheel onzeker is.

Even onzeker zijn de beide andere hydraten van 5—4, namelijk 5—4—7 en 5—4—12. Het eerste zou Janssen verkregen hebben door Z10 met kokend water te overgieten, terwijl 5—4—12 volgens Becker ,optreedt bij het indampen eener .Bi-nitraatoplossing.

b. Het (3 subnitraat van Becker.

Bij zijn tweede onderzoek (1854) meent Becker een Magisterium verkregen te hebben, dat van het gewone (5—4—9) zou te onderscheiden zijn. Het zoude door verwarming bij omstreeks 45c van 1 — 1—2 met de zure loog gevormd worden, en wel dezelfde samenstelling bezitten als het gewone Magisterium (5—4—9) 1) — behoudens misschien een ander watergehalte — doch door grootere aantastbaarheid door koud water zich onderscheiden. Ook vormt het kortere kristallen dan 5—4—9 In 1854 meent hij, dat de zeszijdige plaatjes die hij vroeger door verdamping van eene verzadigde bismuthnitraat-oplossing verkregen heeft, evenzoo /3 subnitraat zijn geweest.

Janssen vindt geene reden om het bestaan van dit van

1) Becker 77,95—16,00—6 = 1: 0,89 : 2 = 5—4,45—10

en 79,8—14,99—5,21 = 1: 0,81:1,69 = 5 4,05—8,4*