is toegevoegd aan uw favorieten.

Plankton van Noordzee en Zuiderzee

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schütt, die Peridineen der Planktouexpedition, I, 1895, PI. 13, fig. 43|s (als P. divergens var. fide Jörgensen).

Iu Maart, Aug. eii Nov., gewoonlijk niet talrijk.

?viet in het kustgebied en de Waddenzee.

115. Peridinium globulus Stein

Stein, der Organismus der Infusionsthiere, III, 2, 1883, PI. 9, fig. 5 — 8.

In Aug. 1903, zeldzaam op H 3 en H 5.

116. Peridinium Granii Ost. (iu ruscr.)

Gran, das Plankton des norwegischen Nordmeeres, 1902, bl. 188, fig. 13 (als Peridinium sp.).

In de Noordzee, in Augustus, niet algemeen.

117. Peridinium oeeanicum Vauh.

Vanhöffen, Grönland Exped. d. Gesellsch. f. Erdkunde zu Berlin, Bd. II, 1, 1897, PI. 5, fig. 2.

Zeldzaam; in de Noordzee, bij Helder, bij Wieringen; waarschijnlijk het gansche jaar door.

De exemplaren van Helder en de Waddenzee wijken iu vorm aanmerkelijk van de Noordzeeexemplaren af. Bij deze zijn de beide antapikale uitsteeksels bijna gelijk van vorm en grootte, en, vrij dicht bij elkaar verloopende, recht naar achteren gericht; bij gene is het rechteruitsteeksel veel forscher dan het linker en de afstand ertusschen is aanzienlijk grooter. Ik heb evenwel te weinig cellen van elk der beide verscheidenheden gezien om het bestaan van overgangen buiten twijfel te kunnen stellen.

118. Peridinium ovatum Pouchet

Schütt, Die Peridineen der Planktonexpedition, I, 1895, PI. 16, fig. 49.

Van Maart tot November, het talrijkst in Mei en Juni.

Iu het geheele Noordzeegebied; bij Helder; iu de Waddenzee slechts weinig ver doordringend.

119. Peridinium pallidum Ost.

Ostenfeld, Phytoplankton froui the Sea arouud the Faeröes, 1903, bl. 581, fig. 130 en 131.

In de Noordzee vau Mei tot Augustus; in Juni talrijk.