is toegevoegd aan uw favorieten.

Plankton van Noordzee en Zuiderzee

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oithona similis iu het zuiden te plaatsen was, valt uit de thans gepubliceerde waarnemingen van den Engelschen planktoloog, Dr. L. Gough, te zien, dat Oithona similis in het Kanaal oostelijk van het eiland Wight niet voorkomt.

De noordelijke grens heeft ook bij voortgezet onderzoek bewezen als zoodanig recht van bestaan te hebben.

Rhizosolenia styliformis Btw.

Nadat eenmaal voor Oithona similis een noord- en een zuidgrens waren vastgesteld, deed zich als vanzelf de vraag voor, of diezelfde of een dergelijke leemte in de verbreiding ook bij andere soorten aangetoond zou kunnen worden.

Het lijkt mij van eenig belang het gedrag van Rhizosolenia styliformis ten dezen opzichte nader te bespreken. Hoe kon Cleve tot de opvatting komen, dat de Styliformis-^oorraad in de zuidelijke Noordzee van uit het Kanaal voortdurend vernieuwd en aangevuld werd ? Dat Rh. styliformis bei Plymouth tamelijk regelmatig voorkwam, was Cleve uit zijn eigen onderzoekingen van het plankton aldaar bekend; in het plankton van St. Vaast la Hogue (bij Cherbourg), vanwaar hij een groot aantal monsters gedurende 1899 onderzocht, was ze evenwel niet voorhanden.

Het aautal punten beneden 54° N.B. eu westelijk van 6° O.L., vanwaar Clkve in de jaren 1897—1900 plankton verkregen heeft, bedraagt 37 eu daarvan bevinden er zich 20 beneden den 53sten breedtegraad. Op 5 van de 17 overige (dus tusschen 53° en 54° N.B. gelegen) werd Rhizosolenia styliformis gevonden; op de 20 beneden 53° N.B. gelegen punten geen enkele maal.

De monsters van onder 53° N.B. verdeeleu zich over de verschillende maanden op deze wijze: Febr. 4, Mei 1, Juni 2, Juli 3, Aug. 4, Oct. 1, Nov. 5; die van tusschen 53° en 54° N.B. als volgt: Febr. 2, Maart 1, April 1, Juni 4, Juli 4, Aug. 2, Oct. 1, Nov. 2. Die verdeeling voor beide groepen is van dien aard, dat daardoor het volkomen ontbreken bezuiden den 538ten N.B.-graad niet verklaard kan worden. Veelmeer is het ook mijn ervaring, dat Rhizosolenia styliformis iu den regel iu de zuidwestelijke Noordzee ontbreekt; slechts bij uitzondering schijnt zij er, trouwens in