is toegevoegd aan uw favorieten.

Plankton van Noordzee en Zuiderzee

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De rol van het zoutgehalte in het zeewater zou ik willen vergelijken met de rol, die het water (voor de flora) op het vaste and speelt. Elk van beide is onmisbaar voor het bestaan van een groep van organismen: een betrekkelijk groote hoeveelheid opgeloste zouten voor de haliplanktonten, water in meerdere of mindere hoeveelheid voor het leven der op het vaste land tierende gewassen. Maar binnen de grenzen van deze onmisbaarheid bepalen zij geenszins alleen door de aanwezige hoeveelheid het optreden der soorten. In niet mindere mate hangt dit op het vaste land af van de stoffen, die, in het bodemwater opgelost, den planten ter beschikking gesteld worden en op dezelfde wijze is in het zeewater naast en boven de meerdere of mindere hoeveelheid zouten de aard der opgeloste stoften, organische en anorganische, van belang.

De horizontale verdeeling van die soorten uit het zoöplankton, die zich rechtstreeks met het phytoplankton voeden, is voor een deel ook van de verspreiding van dit laatste afhankelijk.

Uit de zelfstandigheid van het plankton in verschillende gebieden, die onmiddelijk door ruime toegangen met elkaar samenangen, blijkt nog meer, namelijk dit, dat men in 't algemeen de verplaatsing der watermassa's niet overschatten moet. De generaties der typische planktonvormen uit de Zuiderzee, Temorella iirundoides, Cosanodiscus sp., Thalassiosira baltica, Tintinnopsis bottnica volgen elkaar daar zonder eenigen twijfel in onafgebroken afstamming op, zonder dat men behoeft aan te nemen, dat kiemen van buiten af regelmatig aangevoerd worden om de bijzondere uiderzeefauna en -flora in stand te houden. Het laatste is met bet oog op de verspreiding der bedoelde vormen in het door ons onderzochte gebied onwaarschijnlijk, ja ten deele zelfs geheel onmogelijk, tenzij men volkomen willekeurig wilde beweren, dat ijv. Tintinnopsis bottnica baar voorkomen in de Zuiderzee te danken zoude hebben aan sporen of cysten, die een reis door de Noordzee en de Waddenzee volbracht en goed en wel doorstaan hadden. Bovendien waarvandaan zouden zij moeten komen? In verband met de stroomrichting in de zuidwestelijke Noordzee zouden zij alleen afkomstig kunnen zijn uit zuidelijker streken, maar