is toegevoegd aan uw favorieten.

De mengkrystallen bij natrium-sulfaat, -molybdaat en -wolframaat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geval: de temperatuur vertoonde een stilstand bij het smelten en zonder verdere stijging viel de naald. Een ander maal echter had na den stilstand, die als het smeltpunt is aan te merken, nog een snelle stijging van ca 15® plaats, waarna het terugvallen geschiedde. De bepalingen stemden op 0,5° overeen. — Uit de drie genoemde waarden is voor het bij de galvanometer-aflezing op te tellen bedrag de parabolische formule op te stellen

At = — 0,94 + 0,027718 t — 0,000015048 t»,

welke, van 100 tot 100 graden berekend, de parabool leverde en aldus de correctuur voor elke gewenschte aflezing binnen de door het smeltpunt van Sn en Au gegeven grenzen.

W anneer de proeven onder zooveel mogelijk gelijke omstandigheden uitgevoerd worden, waartoe ook behoort dat de volumina der verschillende smelten gelijk zijn, is de hoeveelheid der in de tijdseenheid afgevoerde warmte, de warmtestroom, bij dezelfde temperaturen steeds dezelfde en dus de tijd van een halte op de afkoelingslijn een tamelijk nauwkeurige maat voor de af te voeren warmtequantiteit. De warmtestroom wordt gegeven door de

waarde van C. , waarin C de specifieke warmte, ^ de

afkoelingssnelheid. De waarde van C. in de onmid-

az

dellijke nabijheid der halte, vermenigvuldigd met den tijdsduur Z der halte geeft dus de gezochte warmtehoeveelheid

w = c. z. 'lt.

dz

\\ as de warmtegeleiding in de zoutmassa oneindig groot, zoodat steeds overal dezelfde temperatuur heerschte, welke door het thermoelement zou worden aangegeven, dan zou het niet eens noodzakelijk zijn de afkoelingsvoorwaarden