is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de verandering der refractie gedurende den loop van het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

De vraag, of de refractie gedurende den loop van het menschelijk leven eene verandering ondergaat en hoe ze dan verandert, is nog altijd niet met voldoende zekerheid beantwoord, hoewel ze heel wat pennen in beweging heeft gebracht. Men neemt wel algemeen aan, dat het menschelijk oog in de prilste jeugd hypermetropisch is, dat op lateren leeftijd een normaal oog emmetrope instelling vertoont en dat op zeer hoogen leeftijd wederom hypermetropie gaat optreden, doch bewezen is dit volstrekt niet. Dit heeft mij er toe doen besluiten bij het vervaardigen van dit proefschrift het genoemde vraagpunt als onderwerp ter behandeling te nemen.

Onderzoekingen omtrent den refractietoestand op verschillende leeftijden zijn in grooten getale verricht. Terwijl in hoofdstuk I meer volledig besproken zal worden, wat de litteratuur oplevert aan gegevens over dit onderwerp, wil ik in deze inleiding even het voornaamste daarvan met een kort woord vermelden.

Reeds in 1860 beschreef Donders') *) in zijn „Ametropie en hare gevolgen", hoe langzamerhand met het stijgen deijaren het emmetropische oog hypermetropisch wordt en gaf eene curve, den gang van het punctum remotum voorstellende. Deze kromme, die den grondslag voor alle verdere beschouwingen is blijven vormen, zal hieronder nader ter sprake komen.

) De cijfers achter de namen verwijzen naar de litteratuur-opgaven (zie bladz. 123).