Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cos a 1 sin a ta a

zooals de leerling gemakkelijk zal kunnen nagaan.

Het verloop van den cotangens kan men uit fig. 11 onmiddelijk nagaan. Men ziet nl., dat de cotangens van 0° = qc oo is, daar dan liet bewegelijke heen // loopt aan de lijn der cotangenten (eerst — oo, komende uit het 4e kwadrant; onmiddelijk daarna -f- cc, tredende in het le). Daarna treedt afname in, tot bij 90° de waarde 0 wordt bereikt. Nu wordt de cotangens negatief, neemt verder af (absoluut toe), tot hij bij 180° weer is. In het derde kwadrant weer afname tot

de waarde 0 bij 270". Eindelijk in het vierde kwadrant nogmaals negatief wordende, neemt de cotangens weer af (absoluut toe), tot hij bij 3(50" weer = =f x geworden is. Enz. Enz.

Dit wordt grafisch voorgesteld door fig. 12.

Deze cotangenslijnen zijn dus geheel analoog aan de tangenslijnen ; wederom vertoonen zich discontinuïteiten, nu bij 0°, 180°, enz., waar de lijnen asymptotisch tot de getrokken vertikale lijnen naderen. Maar in tegenstelling van den tangens, die steeds toeneemt, neemt de cotangens ahloor af. Van — oo wordt hij nl. onmiddelijk sprongsgewijs = -\- oo, en neemt van daar weer opnieuw af.

Wij zien derhalve, dat de cotangens = 0 is bij 90°-|-»iXl800, en = q= oo bij 0° + «X 180°. Rekent men alweer niet verder dan 360°, zoo hebben wij:

De cotangens is = 0 bij 90° en 270°; x bij 0 en 180 .

Evenals de cosinus, bereikt ook de cotangens (eveneens oen co-betrekking, d.w.z. een com pleinen ts-bet rekking) zijn laagste waarde in de vertikale standen van het bewegelijke been ; zijn hoogste waarde (absoluut) in de horizontalt' standen.

Sluiten