Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32. *b*x-*b*'+l=l. (id.).

/B i 2\^ ^+2)

33' (i+2ji = 0'001' <id»-

De nu volgende Vraagstukken hebben alle betrekking op de eigenschappen der wortels.

34. Van welke vergelijking zijn de wortels resp. gelijk aan de som en liet product van die van .?;2 — 13.r -f 36 — Op

35. Schrijf een vergelijking op, waarvan de wortels het omgekeerde zijn van die van a.r«+ft»+e=0. (Stel «='/«).

36. En het tegengestelde van die der zelfde vergelijking (Stel x — - y).

37. Van welke vergelijking zijn de wortels 5 eenheden minder dan die van 3,rr2 + 2.r — 7 — 0 V

38. Bereken de som der kwadraten van de wortels der vergelijking ax1 -j- b.v -f c = 0.

39. Hoe groot moet q zijn in de vergelijking .«2—5.«+q=0, opdat het verschil der kwadraten der wortels = 55 zij p

40. En p in xl -(- px — 63 = 0, opdat dit verschil = 32 zij ?

41. Welke betrekking moet er bestaan tussclien de eoëfïieienten der vergelijking ax* + bx + c = 0, opdat het

quotiënt der wortels =t zij? (Antwoord: ft* = -ü^ac).

42. En opdat het verschil —t zij? (Antwoord ft2—4ac—t-a").

43. Van welke vergelijking zijn de wortels 0. 3 -f \s 5 en 3 — V 5 ?

44. En welke vergelijking heeft tot wortels die van de vergelijkingen x* f hx - 7 = 0 en 2x°- — 3x + 1 = 0?

45. Waarom zijn de wortels van {x— 4)2+(.«+2)®1)*=0 altijd imaginair ?

2 2

46. Bewijs, dat de vergelijking — -f- — 1 altijd reeële

x—a os—b

Sluiten