Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als het gesprek zoover gevorderd is komt Zachaeüs berichten, dat Simon de beraamde samenkomst wenscht uit te stellen (Hom. II 35, verg. Iïec. I 20a). Hoezeer dit Clemens teleurstelt, Petrus juicht liet toe als een geschikte gelegenheid om den leerling te beter voortebereiden (Hom. II 36, verg. Ree. I 20b, 21a)

op den naderenden strijd. door de geschiedenis in overeenstemming Immers door verklik- met de Schriften en de leer van den Profeet kers kent hij het door der waarheid hem uiteen te zetten, van af Simon aan de orde te de schepping tot aan hun ontmoeting te Caestellen thema (37) en sarea. I)e laatste dag van het zevendaagsch wenscht nu Clemens van uitstel blijft vooi repetitie beschikbaar Schriftvervalsching (20—22). Nadat Clemens luisterrijke proeven (38) te spreken en hem heeft afgelegd van zijn goed geheugen en voor te lichten aangaan- deswege geprezen is (23—26), verhaalt Petrus de een doeltreffend, de achtereenvolgens van de schepping (27, 28) scharen niet ergerend, en de bedrijven en ervaringen der eerste den tegenstander zeer twintig menschengeslachten (29—31), den in t nauw brengend bevoorrechten telg van het eenentwintigste Schrift-gebruik(39 geslacht, Abraham (32, 33a), diens zonen 53). Gods volmaakthe- Ismaël, Eliësdros en Izaak (33'>, 34a), Jaden komen ter sprake en cob en diens nakomelingen in Egypte, hun de deugden der aarts- bevrijding door Mozes (34b—37), den tijdelijvaders. Daarmee loopt ken eeredienst in Kanaan (38, 39) en de verde dag ten einde. vulling der Messiaansche profetie in Jezus

(40, 41). Daarna zal hij handelen over den Hom. III. strijd tusschen Jodendom en Christen¬

dom (42, 43). Clemens meent dat de chrisDen derden dag zet tologische quaestie de voornaamste is en Petrus reeds vroeg weer ontvangt inlichtingen betreffende den Chriszijn rede voort. Door de tus-titel en liet Messiasschap (44—52). Hij verklikkers weet hij, dat verneemt dan, hoe Caïphas de twaalve tot Simon den dienst wil den strijd uitdaagde en op een paaschdag aanbevelen van een in den tempel elk hunner respectievelijk hoogeren God dan Hoogepriester, Sadducaeën, Samaritanen, die van Israël, wat Schriftgeleerden, Pharisaeën en Johannesliem weinig beter dunkt jongeren te woord stond (53—64), hoe Gadan heidendom, te be- maliël vruchteloos poogde de woede des volks denkelijker, daar het den te bedwingen (Gó—67) en een rede van schijn heeft van te steu- Jacobus (68, 69) aanleiding werd dat de nen op schriftgezag Vijandige mensch hem schier doodde en (1 4). Een vraag van de christenen de wijk moesten nemen naar Clemens betreffende dit Jericho (70, 7b'), terwijl hun vervolger in laatste lokt dan een de ijdele hoop er Petrus te vinden naar stroom van leering uit, Damascus trok (71h). Petrus zelf intusschen, betreffende 'smenschen zoo verhaalt deze verder, was door den

Sluiten