Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middelen i). Maar tevens maakt hij melding van een richting, die het gebruik van medicijnen veroordeelde. Tatianus o. a. merkt ze aan als zetels van daemonen en vraagt: „Is het geoorloofd de genezing aan bezeten materieele stoffen en niet aan God toe te schrijven?"-') Gebed, handoplegging en exorcisme waren voor velen de christelijke redmiddelen bij uitnemendheid. Evenwel ook wijn en olie hadden apostolische sanctie '!). Daartegenover hielden anderen weer aan de seculaire geneesmethode vast. En zelfs de exorcisten liepen gevaar van te vervallen tot joodsche of heidensche practijken of brachten door winzuchtige speculatie hun bedrijf in discrediet ^). Reeds Justinus moest daartegen te velde trekken. Niet in naam van profeten of aartsvaders, niet door reukwerk en tooverketens, waarschuwt hij, maar slechts in den naam van Jezus varen de daemonen uit »). Of gelijk Ongenes verzekert: rw ovó/ian juerd Tijq èjiayyeua? nor mol nrTop lomoubv'i). 't Is onnoodig hier verder op het onderwerp in te gaan. In het door Harnack ontworpen tafereel geven wij mede aan wat de Clementijnen ons leerden een plaats, gelijk het wederkeerig daaruit de noodige toelichting ontvangt. .

Over het kerkelijke leven eindelijk behoeven wij hier niet bijzonder meer uit te weiden. Het kerkelijk standpunt, door onze schrijvers ingenomen, hebben wij behoorlijk omschreven. Wat zij betreffende kerkinrichting en kerkbestuur, ook wat zij aangaande den cultus ons leerden, werd opgespoord en bijeengevoegd. Wij mogen daarnaar verwijzen"). Slechts herinneren wij hier nog even aan het feit, dat reeds de hutoidxrm moesten worden aangemaand om de onderlinge bijeenkomsten niet te verwaarloozen»), en dat de catecheten reeds te klagen hadden over en gehard moesten zijn tegen tmv /tmrj/ovfiévwv rv/ngtouag»). Voegen wij dit alles te zamen en overzien wij tevens wat aan onzen geest voorbij ging op het punt van letterkundige dispositie, geloofs- en zedeleer, verdediging van het Christendom en bestrijding van heidensche dwaalleer en prachjken, bijzonderheden op het gebied van het maatschappelijk en het erkelijk leven, dan hebben wij volle vrijmoedigheid om als slotsom op te maken, dat wij in den Cleinensroman in zijn verschillende bewerkingen bezitten een allerbelangrijkst historisch document.

1) Verg. S. 58. 2) Orat. ad (ir. 10, 17. 3)1 Tim. 5:23; Jac. 5:14 n

8 H ' 'Ml 1 i»al' ''' ®' Vel'g' :W' 70' 6) Cek 1 6" 7> H. 148 vgg.

n Hom. III 0!); Br. v. Cl. 12, 17. 9) Br. v. Cl. 2.

Sluiten