Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk zij hier nog opgemerkt, dat bij de dagelijksche slingeringen in de temperatuur twee wetten gelden, en wel, dat het onderscheid tusschen den hoogsten en laagsten stand van den thermometer bij het lengen der dagen toeneemt, en dat bij het lengen der dagen de hoogste stand op een steeds later uur van den ««-middag valt.

Wat de jaarlijksche temperatuur betreft, zij hier opgemerkt, dat men daaromtrent kennis verkrijgt door de gemiddelde temperaturen van 12 maanden bij elkaar op te tellen en door 12 te deelen. Gewoonlijk neemt men daarbij zijn waarnemingen over een vijftal achtereenvolgende jaren en berekent dan uit de temperatuur van ieder jaar weer het gemiddelde. Ziet men daarbij af van plaatselijke verschillen, dan geldt als regel, dat de gemiddelde maandelijksche temperatuur voor het noordelijk halfrond in Januari het geringste en in Juli het grootste is; voor het zuidelijk halfrond der aarde daarentegen juist omgekeerd.

Zooals bekend is, wordt zoowel de dagelijksche als de jaarlijksche gang der temperatuur — of m. a. w. de thermometerstand — door kromme lijnen z.g. graphisch voorgesteld, en wel bij de dagelijksche over de uren, bij de jaarlijksche over de maanden.

Ook in de w&rmteverhoudingen der atmosfeer op de verschillende deelen der aarde heerscht zekere vastheid.

Op die verhoudingen zijn verschillende omstandigheden, o. a. de verdeeling van land en water en de zeestroomingen, van invloed. Om deze verdeeling van de warmte over de aarde te verduidelijken, voerde de groote natuuronderzoeker Alexander v. Humboldt de z.g. isothermen in. Het woord komt van isos, gelijk, en therme, warmte, en men duidt er mee aan zulke lijnen, welke punten der aardoppervlakte met gelijke gemiddelde jaarlijksche temperatuur aan elkander verbinden.

Het onvolledige van v. Humboldt's isothermen is echter, dat zij geen volkomen juiste voorstelling geven van de verdeeling der warmte op de aarde. Zoo hebben b. v. de twee steden Londen en Boedapest dezelfde gemiddelde jaarlijksche temperatuur, en wel 10V20 Celsius, maar daarbij is de warmte in den loop van het jaar op verschillende tijden voor beide plaatsen weer zeer onderscheiden. Zoo is de gemiddelde temperatuur te Londen in Januari 3,5° en in Juli 17,9°; te Boedapest daarentegen de gemiddelde temperatuur in Januari 1,4° en in Juli 22,3° Celsius. Daarom teekende Humboldt, die dit onvolledige zelf inzag, behalve zijn jaar-isothermen, nog andersoortige lijnen, en wel zulke, waardoor punten der aardoppervlakte met gelijke gemiddelde winter-, en andere, waardoor punten met gelijke gemiddelde zomertemperatuur werden verbonden. De eerste noemde hij isochimenen (van isos en cheimön of winter), de laatste isotherm (van isos en theros, zomer).

Tegenwoordig tracht men echter een nog nauwkeuriger voorstelling van de warmteverhoudingen op onze aarde te geven, door voor alle afzonderlijke maanden de lijnen der gemiddelde temperaturen aan te

Van 's Heeren Ordinantiën. II. 6

Sluiten