Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Andere vormen van „neerslag" vertoonen zich als nevel, wanneer zeer kleine waterdruppels of ook ijskristallen, die in de lucht zweven, zich opeenhoopen. Nevels, die zich in de hoogere luchtlagen bevinden, zien wij als wolken. Zij danken haar ontstaan hoofdzakelijk aan de opstijgende luchtstroomen. Door de uitbreiding bij het opstijgen wordt de lucht afgekoeld, en bereikt haar temperatuur daarbij het „dauwpunt", dan scheidt zich een deel waterdamp in den vorm van kleine neveldruppels af. Houdt de opstijgende luchtstroom op, dan begint de wolk te zinken en lost zich weer op in de lucht. Men heeft gevonden, dat de aanwezigheid van stofdeeltjes in de lucht bevorderlijk is aan de vorming van nevel. Vandaar dan ook, dat nevel, naast regen en sneeuw, een zeer krachtig middel is tot reiniging van de lucht. De in de lucht rondzwevende lichaampjes worden dan met water overtrokken, nemen toe aan gewicht en vallen op den aardbodem neer Zelfs gasvormige verontreinigingen worden door waterdamp opgelost en uit de lucht verwijderd. Het onderzoek van een nevelneerslag in de nabijheid van Londen leerde een Engelsch meteoroloog, dat er zich verschillende dergelijke stoffen in bevonden. ^

Hoe veranderlijk de vormen van de wolken ook zijn, mocht het toch aan de meteorologen gelukken hier zekere vastheid te ontdekken. Hoeveel er ook nog omtrent bouw, ontstaan, ontwikkeling en verdwijnen van de wolken in het duister ligt, heeft men getracht althans de groote verscheidenheid harer vormen tot eenige groepen te brengen. Groepen, die men dan op kaarten en in „wolken-atlassen heeft afgebeeld. De meteoroloog Howard onderscheidde het eerst drie hoofdvormen: veder-, stapel- en /««^--wolken. De eerste doen denken aan vederen, in regelmatige strepen gerangschikt. De stapelwolken zijn ronder (koppen) en vertoonen de bekende phantastische vormen. De laagwolken eindelijk ziet men nabij den horizont als donker gekleurde strepen, en wanneer zulk een wolkstreep zeer breed is, spreekt men van een bank. Dikwijls vertoonen de wolken echter combinatiën van de drie genoemde hoofdvormen. Bovendien ziet men nu en dan donkere, grijs getinte lagen van vormlooze wolken met gescheurde randen, waaruit regen of sneeuw daalt, en spreekt dan van 'n nimbus of 'n regenwolk. En is de lucht geheel betrokken en gelijkmatig grijs, dan spreekt men van een zeil of mantel.

De hoogte der wolken is verschillend, en wel naar haar vorm. Vederwolken zweven, naar men berekend heeft, tot een gemiddelde hoogte van 9000 meter in de lucht. Stapelwolken liggen lager, en laagwolken evenals regenwolken het dichtst bij de aardoppervlakte. In het algemeen is de hoogte der wolken aan zekere dagelijksche en iaarlijksche afwisseling gebonden. Ook in de bewolking zelf van den hemel heeft men getracht zekere vastheid te ontdekken. In den avond het geringst, neemt zij in den nacht toe en is in de koude jaargetijden 's morgens het grootst. In Maart het geringst, is zij in December het grootst.

Sluiten