Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zaadknoppen al dan niet in het vruchtbeginsel zijn opgesloten. De eerste hoofdgroep noemt men daarom dan de Bedektzadigen, de tweede

De^eerste^hoofdgroep, die der Bedektzadigen, wordt dan weer nader ingedeeld in twee groepen, en wel in Twee-zaadlobbtgen, met weer drte

onderklassen, en in Eén-zaadlobbtgen.

Deze twee groepen van bedektzadigen noemt men ook Di-kotylen

Cr>Het woord, dat in beide samenstellingen voorkomt en dat men voor het Hollandsche „zaadlob" bezigt, is het Gneksche Kotyle, dat letterlijk holte" beteekent. Daarnaast heeft men nog een anderen vorm, Kotyledou, dat evenzeer „holte" beteekent, en waarom we dan ook wel spreken

van Di- en Moiio-kotylcdoticti. - « .,

Bii de Kryptogamen of bedekt bloeiende planten onderscheidt men

in dit eewiizigd stelsel van Endlicher dan weer twee hoofdgroepen. Het beginsel van indeeling is daarbij, of zij al dan niet vaatbundels en ware wortels bezitten. In het eerste geval spreekt men van Vaatkryptogamen, in het tweede van Cel-kryptogamen.

Over cellen en vaten, zaadlobben, zaadknoppen en vruchtbeginsel

hoDen vvii later iets mede te deelen. .

Deze dorre schets van de plantenwereld, deze door mensclten gemaakte indeeling, biedt het voordeel van ons eenig inzicht te geven in de rijke verscheidenheid. Dergelijke indeehngen w.jzen onseen weinig den weg. Zij doen ongeveer den dienst van een „plattegroi in een u vreemde stad.

Met zulk een plattegrond, zonder meer, krijgt men echter nog geen voorstelling van de stad. Men moet daarbij de hoofdstraten en de ziistraten die er op aangewezen zijn, doorwandelen. Wij willen daarom uit dk der boven aangegeven grootere en kleinere groepen enkele namen noemen, die den lezer aan min of meer bekende planten zullen

b'STlT'Phanerogamen of zichtbaar bloeiende planten, ook wel kortweg zaadnlanten" genoemd, moet men denken aan alle planten, behalve aan varens mossen, zwammen en wieren of algen. Deze laatste vier toch zijn, zooals reeds gezegd is, Kryptogamen of bedekt bWndem Wij hebben boven gezien, hoe de zichtbaar bloeiende planten in twee hoofdgroepen verdeeld worden: Bedektzadigen en ^aaktzadigen.

De laatste vormen hier de minderheid, en tot hen behooren b. v. onze dennen en sparren. Waarom deze en andere planten naakt.adigen" in tegenstelling met de bedektzadigen heeten zal duidelijk worden indien men zich een dennenappel herinnert, zooals wij die bij menigte Sn onze dennenbosschen vinden. Beziet men zulk ^n dennenappel wat nauwkeuriger, dan vindt men, hoe hij uit verschillende schubben bestaat en ook, hoe tusschen die schubben de zaden liggen. Omdat deze 7aden nu als het ware bloot liggen en alleen van de buitenwereld afgesloten worden doordat de schubben dicht op elkander liggen, spreekt men hier van naaktzadigen. Behalve denne- en sparre-

Sluiten