Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taire kennis van het laatste is ook daarom nuttig, wijl zij den bouw en inrichting van het menschelijk lichaam des te gemakkelijker doet

^ErTzoo geldt ons dan ook van het dierenlijf met zijn onderscheiden organen, die uit verschillende weefsels bestaan, welke op hunne beurt weer uit cellen, als uit „levende steenen", zijn opgebouwd, in den meest strengen zin: „God heeft de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft."

Zien wij af van de lagere organismen, dan vertoont het dierenlichaam ons een reeks van in- en uitwendige organen, die, hoe hooger men in de dierenwereld komt, des te rijker ontwikkeling vertoonen, en het dier voor zijn verschillende levensverrichtingen dienen. Eigenaardig in de organische wereld is daarbij de al grootere verscheidenheid, het al meer zich onderscheiden van de eenheid in de veelheid. Eerst een cel, die voor alle levensverrichtingen zorgt; straks verdeeling van den arbeid onder de tot verschillende weefsels verbonden cellen. En zoo ook, eerst één orgaan dat verschillende functies verricht, en straks meerdere organen met hun eigen verrichting.

Kan men de levensverrichtingen van het dier in twee hoofdgroepen onderscheiden, en wel in de eerste plaats die, welke het met de plant gemeen heeft, en in de tweede plaats die, waarin zijn eigenaardigheid juist tegenover de plant uitkomt, — naar deze twee hoofdgroepen onderscheidt men ook gewoonlijk de verschillende organen van het dierlijk lichaam. De organen toch zijn niet anders dan werktuigen voor de levensfunctiën. En zoo spreekt men van vegetatieve en animale

organen. , , ,

Tot de levensverrichtingen, aan plant en dier gemeen, behooren de voeding in den ruimsten zin en de voortplanting. Vandaar, dat men bij de vegetatieve organen onderscheidt tusschen voedings- en voortplantings-organen. Tot de levensverrichtingen, waarin daarentegen juist het eigenaardige van het dier tegenover de plant uitkomt, behooren gewaarwording en willekeurige beweging, waarom men dan ook bij de animale organen onderscheidt tusschen gewaarwordings- en bewegingsorganen. . , ....

Deze eenvoudige en doorzichtige indeeling vergunt ons aanvankelijk een blik in de rijke organisatie van het dierlijk lichaam. Zij brengt ook voor ons bewustzijn zekere eenheid in de veelheid der leden, die God ook in dit lichaam heeft gezet gelijk Hij gewild heeft.

Wij willen nu van elk van hen iets mededeelen.

Bepalen wij ons allereerst tot de voedingsorganen in den ruimsten zin.

Voor de instandhouding van elk natuurlijk organisme, plant of dier, is voeding noodig. De voeding der dieren berust op wat men stofwisseling noemt en waaronder men verstaat, dat voedingsstof, in den ruimsten zin, wordt opgenomen en op eene, tot het voortbestaan van het organisme geschikte wijze wordt omgezet. Het dierlijk voedsel nu is zoowel vast, vloeibaar als gasvormig. Heerscht in betrekking tot

Sluiten