Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Schriftuur is er, evenals het Kruis van Christus, evenals de Kerk, om de sotide. Thans, nu de zonde inkwam in ons geslacht en ook het menschelijk denken derwijs verduisterde, dat het de openbaring, die God van zich zelf in de natuur geeft, niet meer verstaat, kan alleen hij, die door wederbarende genade tot oprecht geloof aan de Schrift als Gods Woord, als Zijn openbaring aan ons, is gekomen, uit die Schrift zijn God leeren kennen, en dan ook Zijn openbaring in de natuur weer verstaan.

Zonder de Schriftuur brengt de waarneming der natuur, in het gunstigste geval, ons niet veel verder dan tot den „onbekenden God" van het altaar te Athene; een kennisse, dat er een God is, zonder te weten wat Hij is, wat en wie Hij is ook voor u. Men spreekt dan van Almacht, van het Absolute, maar kent niet den Eenige en Waarachtige.

De Christelijke wereld- en levensbeschouwing beziet de natuur ook in haar relatie tot God.

Dit werk bedoelt dan ook niet anders te geven dan een inzicht, hoe heel de natuur, heel de zichtbare en onzichtbare schepping dus geschikt, bepaald, geordineerd is door God; hoe niet slechts uw zaligheid, maar — om bij wat wij tot dusver bespraken te blijven — ook de zinnelijk waarneembare natuur, de werking uwer zenuwen, de omloop van uw bloed, de organen voor de levensverrichtingen van dier en plant, de kristalvorming en het kleurenspel der delfstoffen, de regen en de sneeuw, de wind en de wolken, de vaste sterren, planeten en kometen, onder Gods ordinantie staan; hoe het al geschiedt naar Zijn beschikking en naar Zijn souverein bestel.

Zeker, de ervaring, dat is het waarnemen van en het nadenken over de natuur, kan ten doel hebben, het menschelijk weten, om dat weten zelf, te verrijken. Het kan ook bedoelen, door dieper kennis der natuur, 's menschen beheersching der natuur te versterken: het bekende „kennis is macht", waarbij het natuuronderzoek dan vooral uit is op, voor toepassing in het leven, practische resultaten — men denke b. v. aan electriciteit en telegraphie, aan stoom en spoorwegen, aan bacteriologie en gezondheidsleer. Maar de studie der natuur kan ook bedoelen, en haar resultaten kunnen ook worden aangewend, om er onzen God in Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid des te beter door te doen kennen; op de glansen van de heerlijkheid des Heeren het oog te richten; op grond van het geziene tot lof te stemmen voor den Ongeziene; met heel de ziel te doen rusten in de vastheid der verordineering van den wijzen en goeden God, wiens wezen de heilige Liefde is. Met die derde en laatste bedoeling nu zijn in dit deel van ons werk dan ook enkele voorname resultaten van de natuurstudie ter sprake gebracht, en zoo willen wij dan ook alleen, door in dit hoofdstuk bij wijze van voorbeeld iets te verhalen van wat de studie van het menschelijk lichaam aan het licht bracht, wijzen op de vastheid van 's Heeren ordinantiën ook voor dat lichaam. Wij willen daarbij

Sluiten