Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aarde, en dus bedoeld is in het: „In den beginne schiep God den hemel en de aarde", van Genesis 1:1.

Hebben zij als schepselen een eigen, van God onderscheiden zijn en aanzijn, zij zijn juist daarom niet, als Hij, eeuwig en alomtegenwoordig. Een engel is, omdat hij schepsel is, niet anders te denken dan in tijd en ruimte. Hij moet op een gegeven oogenblik ergens zijn en kan niet in hetzelfde oogenblik hier en daar te gelijk wezen. Wel heeft hij als geest geen uitgebreidheid, en beslaat dus geen plaats of neemt een plaats in, maar gelijk uw ziel niet te gelijk in en buiten uw lichaam kan wezen, zoo moet ook een engel altijd ergens zijn.

En deze geestelijke wezens moet ge u, naar de Schrift ons onderwijst, allereerst denken als vol energie of vermogen. Wij komen daar later op terug, doch wijzen hier slechts op Psalm 103 : 20: „Looft den Heere, Zijne engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords."

Aan de uitdrukking „krachtige held" verbindt zich immers juist de gedachte van overvloedig vermogen.

En eindelijk, deze met bovenmenschelijke kracht toegeruste wezens zijn, zooals de Schrift ons leert, niet maar alleen „denking", maar er is iets in hen wat denkt, en ook wat wil.

Ook bij den engel, die geest is, kan men spreken van „den geest die in hem is".

En juist omdat zij ook kunnen denken en willen, zijn zij zedelijke wezens, en kunnen zij öf goed óf slecht zijn; öf goed öf slecht willen.

Het zijn deze onzienlijke schepselen, wier zijn en aanzijn dus door God is vóór-verordineerd en voor wier werkingen de Eeuwige, als voor die van alle creaturen, Zijn ordinantiën heeft gesteld.

V.

DE WERELD DER ENGELEN.

Gods wagenen zijn tweemaal tien duizend, de duizenden verdubbeld. De Heere is onder hen, een Sinaï in heiligheid»!

Psalm 68 : 18.

Moogt gij u de engelen, omdat zij geesten zijn, niet denken als gevleugelde menschelijke gestalten, evenmin moogt gij ze u denken als ieder voor zich en zonder onderling verband bestaande.

Ook dit laatste is, evenals het eerste, tegen de Schrift.

Sluiten