Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geestelijke Schepping of de onzienlijke natuur toch omvat meer dan de engelen. Tot haar behooren ook de zielen der menschen. En waar wij nu in dit deel van 's Heeren ordinantiën in de natuur dus ook nog van de menschelijke ziel hebben te handelen alvorens toe te komen aan de ordinantiën voor de zedelijke wereld - zou onze studie over die voor de wereld der engelen, door een reeks van andersoortige onderwerpen, te veel onderbroken worden, indien wij eerst dan van de zonde in de engelenwereld spraken

Daarbij komt, dat, al handelen wij hier niet van de engelen Gods maar van Gods ordinantiën voor de engelen, dit onderwerp eischt, dat ook van den duivel en zijne engelen", zooals Jezus zelf zich uitdrukte (Mattheüs" 25 : 41). wordt'gesproken. Duidelijk toch moet uitkomen dat ook de duivel en zijne engelen, naar hun wezen, Gods engelen zijn gebleven; onder Zijn ordinantiën staan, al -willen zij dat ook niet, en dat God de Heere ook onder hen Zijn ordinantiën handhaaft.

De Schrift openbaart ons, wat wij anders met zouden weten, dat er in de door God goed geschapen engelenwereld een val, een afval van God heeft plaats gehad, waardoor een deel der engelen van goe

SlTshtoT voor°r<^ns ' het verhaal van 's menschen val, in Genesis 3, een vermelding van feiten, die letterlijk en werkelijk alzoo hebben plaats gehad; zien ook wij in Genesis 3 de beschrijving vanden val: van het inkomen der zonde uit de wereld der engelen in die de menschen; is ook voor ons „de slang" in het Paradijs de slang die, zooals de apostel Paulus zegt, „Eva door hare arglistigheid bedrogen heeft" (2 Cor. 11 : 3), een werkelijk dier, door den gevallen engel, die duivel was geworden, in bezit genomen, en door hetwelk hij sprak om de vrouw te verleiden, sprak, zooals hij later nog sprak door de bezetenen - deze „val der engelen" _ moet dan wel hebben plaats gehad vóór den val onzer stamouders in het Paradijs.

Een verdere tijdgrens is hier niet aan te wijzem Over dien val onzer stamouders, en waarom juist dat eten van de verboden vrucht zoo diep zondig was en, naar Gods rechtvaardig oordeel, al die schrikkelijke gevolgen over de menschheid bracht iets wat oppervlakkige zielen maar niet kunnen vatten —, kan hier

uiteraard nog niet gesproken. _ , ,

Thans hebben wij het uitsluitend over den val der engelen.

Van dezen val spreekt ons de Schrift, en wel op verschillende plaatsen.

Bii gelegenheid dat Paulus in zijn eersten brief aan Timotheus over de plichten der opzieners handelt, zegt hij, dat geen „nieuwe ing d. i. iemand, die nog maar kort geleden Christen is geworden - moet gekozen worden, „opdat hij niet opgeblazen worde en in het oordeel des duivels valle" (3 : 6). Zoo een toch zou gevaar loopen, door een

Sluiten