Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Amsterdam is gehouden, werd, onder meer, door Dr. C. Hille Ris Lambers de vraag ingeleid : Uit welken wortel stamt het Neo-Calvinisme onzer dagen ? Wat zijn zijne vruchten; welke toekomst is er van te wachten ?

Op deze vragen en de antwoorden, die de inleider gemeend heeft er op te moeten geven, zullen wij hier, als buiten ons onderwerp liggend, niet ingaan.

Alleen zij in het voorbijgaan opgemerkt, 3at de verbinding Neo met Calvinisme door ons niet aanvaard wordt. Neo is „nieuw", en een nieuw Calvinisme bedoelen wij, Calvinisten van dezen tijd, volstrekt niet te brengen. Wat wij bedoelen, is de beginselen die in het Calvinisme liggen, door te trekken en toe te passen op alle gebied des levens.

Maar Neo-Calvinisme doet evenals neo-logie en neo-platonisme denken aan 'n afwijking van het oorspronkelijke. Dan, wij laten dit nu verder rusten, om ons te bepalen tot de min juiste voorstelling, die de heer Ris Lambers van onze methode heeft.

Volkomen juist teekent hij het streven van het Calvinisme in onzen tijd, wanneer hij zegt, dat het op ieder levensgebied een eigen standpunt tracht in te nemen.

„Het Neo-Calvinisme onzer dagen", meent hij, „vindt zijn grond in het streven, om tegenover bedenkelijk schijnende stroomingen op ieder gebied des levens, een onaantastbaar bolwerk te zetten. Dit bolwerk meent het te vinden in de Heilige Schrift, uitgelegd naar CalvinistischGereformeerde overlevering."

De terminologie is, van ons standpunt, niet boven bedenking, doch wij houden deze des te eerder terug, wijl Dr. Ris Lambers voor dit ons streven een woord van waardeering — op dit stuk zijn wij niet verwend — over heeft.

„Het streven der Neo-Calvinisten om op ieder levensgebied" — zegt toch deze moderne Theoloog — „Gods ordeningen voor menschelijke willekeur in de plaats te stellen, verdient op zich zelf waardeering."

Doch nu volgt, wat wij zouden willen noemen een bedenking ook tegen onze methode.

„Daar het (Neo-Calvinisme) echter Gods ordeningen niet zoekt uit de wereld zelf, maar uit de Heilige Schrift, naar Gereformeerde opvatting verklaard, brengt het vruchten voort, die èn voor den godsdienst èn voor de andere levensterreinen verwerpelijk zijn." Is het — zoo vraagt dan de referent — niet ten eenen male onjuist, dat men God niet zou leeren kennen uit de wereld, maar alleen uit de Heilige Schrift in bijzondere openbaring? Hoe gevaarlijk, roept hij uit, is het voor reinheid en frischheid van het zedelijk leven, dat men Gods ordinantiën vindt in de letter, in een Heilige Schrift! Ook wij zijn overtuigd, zoo gaat hij dan voort, dat daar vaste ordeningen zijn, en wij protesteeren tegen juristen, die het recht voor een menschelijke instelling houden, tegen hygiënisten, die met geen moraliteit rekening houden; maar worden, zoo vraagt hij, deze Goddelijke ordeningen niet gevonden door kennis van het leven en het menschenhart ?

Sluiten