Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een zelfden zonnestraal op ons oog gewaar als licht, op onze huid als warmte; een zelfden electrischen stroom in het oog als een vonk, in het oor als geknetter, in den neus als een eigenaardige geur, op de tong als smaak, en op de huid als een pijnlijk gevoel van warmte.

Dergelijke eigenschappen der dingen, zooals hun kleur en geur en klank, zijn dus onze gewaarwordingen van de dingen. Bestaan de stoffelijke dingen slechts uit atomen en moleculen, die kleur- en geuren klank-loos zijn, onze gewaarwordingen zijn slechts, zooals men gezegd heeft, symbolen, zinnelijke teekens van de buitenwereld.

De zinnen „bedriegen" ons echter niet.

Zij brengen, door middel van de zenuwen, ons de van de buitenwereld ontvangen prikkels getrouw over. Maar de „soortelijke kracht , • waarmede ieder zintuig werkt, en de eigenaardige wijze, waarop de ziel hersenprikkelingen vertolkt, doet ons de stoffelijke wereld gewaarworden, in haar rijke verscheidenheid van geuren en kleuren, van

klanken en tonen.

Zoo is het Gods ordening. ..

Slechts houde men hierbij voor zijn denken vast, dat, al zijn onze gewaarwordingen slechts symbolen van de dingen, zij toch symbolen zijn van werkelijk bestaande dingen, en niet bloot inbeeldingen ot hersenschimmen.

Maar onze gewaarwordingen verschillen onderling niet alleen naar haar inhoud, maar ook naar haar sterkte of intensiteit.

Men noemt dit ook de quantiteit, d. w. z. de hoegrootheid eener gewaarwording, of de kracht, met welke haar inhoud tot ons bewustziin komt Wij weten allen, hoe een zelfde gewaarwording nu eens sterker dan weer zwakker is. Hoe grooter nu, binnen zekere grenzen, de uitwendige prikkel is, b. v. de luchttrillingen op onze gehoorzenuwen, des te sterker zal ook de gewaarwording zijn. Binnen zekere grenzen want zooals wij later zullen zien, bij een te gering of ook te groot aantal trillingen heeft men geen gehoorgewaarwording.

Nu zijn de uitwendige prikkels op onze zenuwen, zooals licht, tonen, gewicht, temperatuur, meetbaar. Evenzoo vermogen wij te onderscheiden tusschen het merkbaar worden van een gewaarwording en

de vermeerdering van hare sterkte. ,. . , ,

In de vorige eeuw kwam men daarbij tot de ontdekking, dat er een zeer eigenaardige verhouding bestaat tusschen de merkbare toeneming van de sterkte der gewaarwording en de toeneming van de sterkte der uitwendige prikkels, die haar veroorzaken. Het was dein 1878 te Leipzig gestorven hoogleeraar E. H. Weber, die deze vaste ordening het eerst ontdekte, en de in 1887 mede te Leipzig gestorven wiise-eer G. Th. Fechner, die haar verder heeft uitgewerkt. Zij is sedert bekend als de Weber-Fechnersche — of ook, omdat zij een vaste verhouding tusschen het psychisch en physisch gebeuren aanwijst _ als „de psycho-physische" wet.

Wij komen later, bij de bespreking van de verschillende soorten

van gewaarwordingen, op deze wet terug.

Van 's Heeren Ordinantiën. II.

Sluiten