Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu is deze intuïtie, waardoor men zoo plotseling iets leert verstaan, zeker ook denken. Denken in het algemeen toch is die werking der ziel, waardoor zij tot hooger kennis dan het bloote „voorstellen" komt; waardoor zij geraakt tot kennis van wat een ding is; doch dit z.g. „intuïtieve denken" is wel te onderscheiden van wat wij het gewone denken noemen, en waarover wij zoo straks zullen handelen.

Nu is men, zooals wij boven reeds zagen, gewoon om niet slechts het verstaan der dingen, maar ook het „vermogen" om door denken, hetzij dan „intuïtief", hetzij „gewoon" denken, tot het verstaan der dingen te komen, verstand te noemen.

Het woord „verstand", en dit moet men vooral onderscheiden, heeft dus tweeërlei zin.

Allereerst het „verstaan van de dingen" en vervolgens het „vermogen" om door denken, tot het verstaan van de dingen te komen; welk „vermogen" echter weer niet anders is dan een eigenaardige wijze van werken van het ééne kenvermogen.

Gelijk wij bij het lezen van een diepzinnig boek, om den zin er van te verstaan, als het ware tusschen de regels moeten lezen, zoo is het ons denken, dat, om onze wereld te verstaan, ons als het ware tusschen onze voorstellingen doet lezen hun onderling verband en zin. Vandaar ook, dat een ander woord voor verstand intellect is, van het Latijnsche inter = „tusschen" en legere — „lezen".

Schreven wij boven, dat de mensch op verschillende wijzen tot het „verstaan der dingen" kan komen, tot dusver vonden wij, dat dit geschiedt öf door geloof öf door „intuïtief denken"; maar nu is er ook nog een derde wijze, die wij zooeven aanduidden als het „gewone denken".

Wij hebben dit laatste thans nader te bespreken.

Bij het gewone, d. w. z. het niet-intuïtieve denken, zijn, gelijk bij alle denken, onze voorstellingen de stof waarmee wij werken, die wij door ons denken „bewerken". En dat nu niet als bij de verbeeldingof de phantasie, door ze om te vormen, te verbeelden — en wel door uit de eene iets weg te laten of aan de andere iets toe te voegen — tot een nieuwe voorstelling; maar door allereerst het kenmerkende of wezenlijke in zulk een voorstelling of groep van voorstellingen saam te vatten.

M. a. w. door uit die voorstellingen te vormen een begrip.

Wij zullen dit verduidelijken.

Uit de aanschouwing van wilde rozen en roode en witte en gele tuinrozen hebben wij verschillende voorstellingen van rozen.

Nu vormen wij uit al die voorstellingen het begrip roos, door middel van ons denken. Wij gaan er het wezenlijke van het bijkomstige in onderscheiden. Wij vinden, dat de kleur der bladeren er „maar bijkomt", doch dat b. v. het wassen aan 'n struik, de zeisvormige dorens aan den steel, de gevinde bladeren enz. aan alle gemeen is,

Van 's Heeren Ordinantiën. II. s5

Sluiten