Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omdat toch onze handelingen een gevolg zijn van ons willen en het willen uitgaat van ons „ik", moeten wy als de oorzaak onzer

""SSTLTÏiSSSS, ons een handeling zijn verricht, die wij niet hebben gewild, niet hebben bedoeld, en die dus daarom ons ook niet kan toegerekend; óf ook de persoon, die de handeling heeft ge v d, kan in een toestand verkeeren, waarin zijn ik zijn zelfbewustzijn, in abnormale omstandigheden verkeerde en htj-mitsdien met toerekenbaar was. Bovendien is de mate van schuld bij wat in overijling gedaan is, geringer dan bij wat met voorbedachten rade is geschied.

Doch hier naderen wij reeds het gebied van het zedelijke.

In het „willen", wat onder alle schepselen alleen aan de engelen en den mensch toekomt, ligt de hooge beteekenis van het mensch-zijn,

m De gemeen^Gratie heeft ook deze zielewerking tegen de algeheele

V 8 D e° bij zon der e r Gen a d e alken vermag weer ook het willen te heiligen.

Einde van het Eerste Deel.

Sluiten