Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEZAG. — HET GEZAG VAN DEN MAN.

„De eerste oorzaak is, opdat de een den anderen trouw zou helpen en" bijstaan in alle dingen, die tot het tijdelijke en eeuwige leven behooren. De andere, opdat zij hun kinderen, die zij krijgen zullen, in de waarachtige vreeze Gods, Hem tot eer en tot hun zaligheid, opvoeden. De derde, opdat een iegelijk, alle onkuischheid en booze lusten vermijdende, met een goede en geruste conscientie kunne

leven." . .

In dit artikel, waar het nu gaat om de verhouding van autoriteit en piëteit tusschen man en vrouw, hebben wij uitsluitend te doen met wat ons formulier als de eerste oorzaak noemt waarom God den huwelijken staat heeft ingezet. Bij de bespreking van de ouderlijke macht, in het volgende hoofdstuk, zal wat daar als de tweede oorzaak, en eerst 'bij het zevende gebod, waarvan de grondgedachte is dekuischheid, zal wat ons formulier als de laatste oorzaak noemt, worden behandeld.

Wij hebben hier alzoo te beschrijven, hoe uit een oogpunt van autoriteit en piëteit, van gezag en liefdevol gehoorzamen, de verhouding van man en vrouw moet zijn in betrekking tot het doel van het huwelijk, „dat de een den anderen trouw helpe en bijsta in alle dingen, die tot het tijdelijke en eeuwige leven behooren" ; m. a. w. in betrekking tot hun lichamelijk en geestelijk welzijn.

In het alphabetische gedicht over de „deugdelijke huisvrouw", waarmee het Spreuken-boek eindigt, wordt geroemd als een van de vele deugden, waardoor hare waardij voor den man verre is boven de robijnen : zij doet hem goed en geen kwaad, al de dagen haars

levens (h. 31 : 12.)

Zoo moet het tusschen man en vrouw van weerskanten zijn.

Zij moeten elkander goed en geen kwaad doen, al de dagen huns levens, totdat de dood het huwelijk ontbindt.

En dit elkander goed doen ziet dan zoowel op het lichamelijk als het geestelijk leven der beide echtgenooten. Zij moeten elkander goed en geen kwaad doen, zoowel in de dingen des tijdelijken als des eeuwigen levens; elkander goed en geen kwaad doen uit het beginsel der heilige liefde.

Zorgen voor elkanders gezondheid, voedsel en kleeding; zich verheugen in elkanders lichamelijken welstand en elkander medelijdend helpen in krankheid en kwaal. Zulk betoon van liefde kan zoo verzachten het lijden. Dan merkt de man zoo, dat hij een vrouw, de vrouw, dat zij een man heeft. De Spreukendichter zegt: „Een vriend heeft te allen tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren" (17 : 17); dit moet ook gelden voor man en vrouw.

En gelijk voor elkanders lichaam, moeten zij ook zorgen voor elkanders goed; als met gezamenlijke handen hun eigendom vasthouden. Want wel is het de plicht van den man om „naarstig in zijn goddelijk

Sluiten