Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEZAG. — HET GEZAG VAN DEN MAN.

haar natuurlijken beschermer, en ook den beschermer van haar eer en goeden naam vinden. In den omgang, zoo met elkander als ook met derden, voegt het eer den man om de vrouw, dan de vrouw om den man te prijzen. En waar zoo man als vrouw zondige menschen zijn, die in liefde met elkanders zwakheid en gebrek geduld moeten hebben, voegt het zeker wel allereerst aan den man om de zwakheden en gebreken van zijn vrouw eer te verbergen dan te openbaren.

In de dingen die tot het eeuwige leven behooren, geldt zeer zeker voor den mensch geen hooger gezag dan dat van Gods Woord; van Zijn openbaring, of liever nog, van den zich openbarenden (Tod Zelt. Over de conscientie of het geweten zijner vrouw heeft de man evenmin te zeggen als over haar dood en leven. ^

Wijl echter, zooals wij al meer opmerkten, by het geweten weten noodig is, zoo is het plicht van den man tegenover zijn vrouw, dat hij haar „verstandig leidende, onderwijze," zooals het huwelijksformulier 7egt Hierin heeft hij zeer zeker te oefenen zijn gezag en heeft de vrouw zich door hem te laten leeren. En ook in het gebruik der middelen; in het oefenen van den eeredienst; in het houden van den Sabbat, hebben man en vrouw toe te zien op elkander; de man aan zijn vrouw als aan „het zwakkere vat" een voorbeeld te geven, en, waar zij zich misgaat, zijn gezag over haar te oefenen.

Waar man en vrouw het verstaan om het leven te verfraaien do te genieten van die hooge goederen, welke wetenschap en kunst, belangstelling voor maatschappij en staat kunnen bieden, - voegt het der vrouw, ook daarbij zich te laten leiden door haar man en ook bij deze „genietingen" te rekenen met zijn gezag.

Deze gezagsoefening in het algemeen van den man over de vrouw, waarbij, naar den zin van het apostolisch woord, de man zijne eigene vrouw alzoo moet liefhebben als zich zeiven en de vrouw zien dat zij den man vreeze (Ef. 5=33). - mag niet anders dan een leidend karakter dragen, gelijk het hoofd het lichaam regeert. \ an straf kan in deze verhouding" dan ook nooit, wel van tucht sprake zijn. r.n deze tucht mag zelfs niet anders geoefend dan door middel van vermaan en berisping", van welke middelen een man, die met verstand bij zijn vrouw woont, nooit anders gebruik zal maken dan wanneer hij met haar onder vier oogen is. Bovendien ligt ook in het saam elkanders zonden voor God brengen bij het gemeenschappelijk gebed dat de man uitspreekt en de vrouw meebidt, zulk een machtig middel to terechtbrenging.

Verder zij hier nog slechts aangeduid — eerst bij de uitlegging van het zesde gebod, wanneer wij ook over de „beleefdheidsvormen" zullen

Sluiten