Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET MENSCHELIJK LEVEN. — HET ACHTEN, BEWAREN ENZ.

eiken invloed, die schadelijk voor onze gezondheid zou kunnen wezen, ons even vreemd zijn als de onverschilligheid daaromtrent.

En eindelijk, wijl niet het leven, maar de eere Gods het hoogste goed of het laatste doel moet zijn, is de plicht om te bewaren ons lichaam, ook hierin ondergeschikt aan hooger plicht; dat wi), als de eere Gods het eischt, gewillig ons lichamelijk en tijdelijk leven ten

offer moeten brengen. ......

Als God het eischt; als het plicht is, moet men zich in het gevaar

begeven; zelfs in het doodsgevaar, waaraan de belijdenis van het geloof,

de vervulling van wat ons beroep, van wat de naastenliefde meebrengt,

ons doet blootstaan. , .. ,

Daar is een Christelijke moed, die, zonder vermetelheid te zijn, zonder overmoed te wezen, de gevaren niet zoekt, maar ze, als v™ch* van de heilige liefde in Christus voor God, ook niet vreest. Want ook hierin is de spreuk waarachtig: „Zoo wie zijn leven verhezen za om Mijnentwil, die zal het behouden."

Is, naar wij alzoo zagen, de plicht tot zelf bewaring wat ons lichaam

betreft, veel meer bepaald of beperkt dan die der zelfachting, ook de plicht tot zei/bewaring en zelfontwikkeling, wat onzen geest betreft, is

minder bepaald of beperkt.

In de vervulling dezer laatste plichten voegt ons zoowel het echte

conservatisme als het echte idealisme.

Wij moeten trachten te blijven wat wij zijn, om te worden wat wij

wezen moeten. .. ,

In ons rijk georganiseerd zieleleven met zijn verstand en wil spiegelt

zich het beeld Gods in enger zin af.

Het is zelfplicht, te blijven wat we zijn, redelijk-zedelijke wezens, en niet - al is het beeld Gods in ruimer zin ook potentieel onverliesbaar — metterdaad in dierlijkheid te verzinken. ^

Maar daarom moet dan ook ons kennen en willen door opvoeding, óók door zelfopvoeding, worden ontwikkeld.

En in het zieleleven van den Christen, met zijn door Gods üeest verlicht verstand en vernieuwden wil, spiegelt zich het beeld Gods 00

in enger zin weer af. .. ..

Het is zelfplicht, ook hier te blijven wat wij zijn.

De Heere Jezus zegt tot de Zijnen: „Gij zijt nu rein om het woord dat Ik tot u gesproken heb. Blijft in Mij en Ik in u; die in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht." (Joh. 15 : 3. 4 en 5-) En de discipel, dien Hij liefhad, schrijft: „En nu, kinderkens, blijft in Hem. (1 Joh. 2:28.)

Maar ook, dit beeld Gods — gelijk wij boven schreven, hoewe volmaakt in de deelen, doch nog niet in de trappen — moet ontwikkeld.

Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden! laat ons ons zeiven reinigen van alle besmetting des vleesches en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreeze Gods." (2 Corinthe 7 : 1.)

Sluiten