Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

hun zin en willen met de Wet des Heeren; een gerechtigheid, overvloediger dan die der Farizeën en Schriftgeleerden.

Aan het Recht Gods, aan de eeuwige gerechtigheid, ook aan het recht der vergelding, is in het Koninkrijk Gods voldaan, en dat voor allen, die er door genade in zijn overgezet; voldaan door het eenic slachtoffer van Christus. &

En liet menschelijk rechtsbesef, waarin ook het ius talionis, het recht der vergelding, zijn grond heeft, vindt daarin zijn diepste voldoening De God der wraken, omdat Hij de heilige Liefde is, verscheen blinkende op Golgotlia.

Maar de kinderen des Koninkrijks, de gemeenschap der heiligen, leven, voor zoover zij hier op aarde zijn, midden onder de kinderen der wereld, in de gemeenschap van het sociale leven, en hebben, zij het ook anders dan de kinderen der wereld, als deze, zonde in hun hart, Het is die zonde, welke de kinderen der wereld willens, de kinderen des Koninkrijks tegen hun wil, telkens doet overtreden 's Heeren heilige Wet; hen telkens onrecht doet begaan, ook in het samenleven met hun medemenschen.

En gelijk nu God de eeuwige gerechtigheid gehandhaafd heeft, tot ï im£.. jner ultverkorenen, op het Kruis van Calvariü, zoo handhaaft Hij de aardsche gerechtigheid, tot stuiting van de zonde in deze wereld, in lederen kring van menschelijk saamleven, waarin het Hem belieft menschen door de hand van anderen te regeeren.

Zoo in het gezin door de ouders; zoo in de maatschappij door de Overheid, die daarin Zijn dienaresse is, een wreekster tot straf dengene, ie kwaad doet (Rom. 13:4); die daarin onder de menschen handhaaft het recht der vergelding, het ius talionis.

1 .n omdat nu in het Koninkrijk Gods aan de eeuwige vergelding is voldaan, aller schuld is vergolden, eischt een Christen — een mensch in wien de liefde is, die het kwaad niet toerekent, — geen vergelding meer; hij kan vergeven, en hij vergeeft het kwaad, dat hèm door zijn naaste is aangedaan.

Maar. omdat in de wereld de zonde moet gestuit door het recht der vergelding, moet wel de Christen, hoewel altijd tot dulden, tot nietweerstaan gezind, als het niet anders kan, als verzet in woord of daad tegen onrecht plicht wordt, niet om zich zelf, maar ziende op wat der anderen is, met de weduwe uit Jezus' bekende gelijkenis, aan den rechter vragen: „Doe mij recht tegen mijne wederpartij" (Lukas 18:3); a s zijn recht^ geschonden is, niet om zich zeiven, maar ziende op wat der anderen is, aan den rechter vragen een voor zijn rechtsbesef voldoende vergelding.

Bij een wèl onderscheiden van de tweeërlei sfeer, waarin een Christen leeft, valt alle moeilijkheid tusschen rechtsbesef en dulden van onrecht voor uw denken weg.

Sluiten