Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

En n Christen, ^ n mensch, die waarlijk gelooft, dat hij het eigendom van zijn Heiland is; dat zijn lichaam is een tempel des Heiligen Geestes; kan niet anders dan, door zoo groote liefde hem betoond, zijn God liefhebben met heilige liefde; kan niet anders dan willen kuisch zijn.

Zal het zich zelf achten als mensch, als Christen, er toe dringen om zich onbesmet te bewaren, het komt daarbij vóór alles aan op het niet laten overweldigen van het geestelijke door het zinnelijke.

De zinnelijkheid, de geslachtsdrift op zich zelf, is niet onrein ; maar wat wèl onrein is en in zedelijk opzicht besmet, is de begeerte om haar te bevredigen anders dan in het huwelijk; wat wel onrein is en bezoedelt, is, dat met name de verbeeldingskracht, de phantasie derwijs onder haar macht komt, dat schier alle combinatie van voorstellingen altijd en altijd weer, tot in den droom toe, zich op haar bevrediging richt.

Hiertegen nu te waken, is plicht.

De goede wil, die, als wil naar binnen, heerschen moet over heel het zieleleven, moet zulk begeeren en phantaseeren terugdringen; mag niet toelaten, dat het geestelijke onder de overmacht van het natuurlijke komt.

Wordt dit verzuimd, dan wordt de strijd zwaarder.

Er is een wet des zedelijken levens, krachtens welke de zonde, ook de zonde der onkuischheid, zich al verder ontwikkelt.

Inwendige onkuischheid, niet tijdig weerstaan, treedt straks in woorden en daden ook als uitwendige naar buiten.

Dit laatste brengt ons als vanzelf tot de bespreking van den plicht tot kuischheid in het saamleven met onze medemenschen.

Hierbij komt het uiteraard vooral aan op de uitwendige kuischheid of de eerbaarheid, in woorden en handelingen.

Wijl de mensch, naar Gods scheppingsordinantie, alleen in het huwelijk de bevrediging zijner sexueele natuurdrift mag zoeken, eischt de eirbaarheid, dat al wat met de intimiteit van het huwelijk in verband staat, voor anderen als omsluierd blijve. Want wel is „het huwelijk eerlijk onder allen, en het bed onbevlekt" (Hebr. 13 : 4)," maar in de, door het huwelijk verzedelijkte, sexueele gemeenschap der menschen is een element, dat men moet schromen te ontwijden.

Wordt de geslachtsdrift, zooals wij in het vorige hoofdstuk opmerkten, bij den mensch verzedelijkt door de geslachtsliefde, — bij normale verhoudingen ontwaakt tusschen een jongeling en een jongedochter, wat men gewoonlijk als de liefde aanduidt.

De wederzijdsche aantrekking der geslachten verbijzondert zich dan tot die van twee individuen.

Sluiten