Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE K.UISCHHEID. — ONKUISCHHEID.

Sterker nog clan in de overspelige blikken komt de onkuischheid uit in het woord.

De Apostel vermaant: „Geene vuile rede ga uit uwen mond" (Efeze 4 : 29), en onder de dingen, die van het heidendom tot het Christendom bekeerden moeten afleggen, noemt hij ook het „vuil spreken uit uwen mond" (Col. 3 : 8).

Daarbij heeft hij het oog op de rotte, schandelijke taal van het dagelijksche, vooral van het gezellige verkeer. Waar het hart vol van is, vloeit de mond van over. En het onkuische hart openbaart zich ook in de onkuische taal. Het wordt dan gewoonte, om van schier niets anders te spreken dan van wat betrekking heeft op het sexueele leven. Bezit de onkuische daarbij de natuurgave der „geestigheid", dan uit deze zich bij voorkeur in het vinden en vertellen van „vuile aardigheden" ; ontbreekt ze hem, dan vertelt hij ze met innig genoegen na.

En eindelijk zal, indien zij niet gebracht wordt onder de macht van den wil, de inwendige onkuischheid zich ook uiten in handelingen: in de zonde der hoererij, in de zonde zelfs van dadelijke echtbreuk.

In die vormen draagt zij echter reeds een sociaal karakter, of m. a. w. is het een zondigen mèt zijn inedemenschen.

Alvorens daarop in te gaan, moet daarom hier, waar gehandeld wordt over de individueele onkuischheid, eerst nog gesproken van die zonde, waarbij men op onnatuurlijke wijze de bevrediging zijner sexueele natuurdrift zoekt, en die, zij het ook min juist, verbonden is aan den naam van Juda's zoon Onan (Gen. 38:9). Het is deze, in het verborgen bedrevene en daarom „geheime" zonde geheeten, welke vaak door jongelieden, pas aan de kinderschoenen ontwassen, wordt begaan, en welke dan, door wie er eens aan verslaafd zijn geraakt, ook op later leeftijd wordt voortgezet. Hier zijn gevaren, waartegen verstandige ouders hun kinderen hebben te waarschuwen, want'de jonge levens kunnen in dezen weg van ongerechtigheid onherstelbaar worden verwoest. Niet alleen toch, dat door deze vaak ontijdige en onmatige bevrediging der geslachtsdrift de gezondheid voorgoed bedorven en de lichaamskracht ondermijnd wordt; maar ook de onnatuurlijke wijze, waarop zij geschiedt, overprikkelt derwijs de verbeeldingskracht, dat heel het zieleleven er door wordt verlamd.

Het is, al zijn ook andere oorzaken hier vaak in het spel, niet te verwonderen, dat het getal zwakkelingen en zenuwlijders in onzen tijd zoo schrikbarend toeneemt.

Tot deze zoo in- als uitwendige onkuischheid nu komt het, gelijk wij boven zeiden, wanneer 'n mensch zijn natuurdrift niet brengt onder de tucht van zijn wil; hij is dan gelijk 'n scheepje zonder roer op een wilde zee.

Orn echter de zinnelijkheid onder de tucht van den wil te brengen, Van 's Heeren Ordinantiën' IV. 15

Sluiten