Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

S/ SLrSt°/nd 7U"un ,^rklaren' niet afschrikken _ ideologische en met-ideologische geschied beschrijving.

In dit woord zit het, in velerlei zin gebruikte woord idee.

Waar het nu bij ideologisch om gaat, is dit.

Sociaal-democratie of het Marxisme, in het f " over het achtste gebod, kwam, in verband met Marx, ook

ttn,T, rïëeeJ HegeL(t 1831) t6r SPrake'en toen vonden wij, hoe volgens dezen denker de wereld aan een voortdurend proces van ontwikkeling

13 ° TfworPen' In zlJn «wijsbegeerte der geschiedenis" heeft Hegel deze

gedachte ook toegepast op de menschheid. Hare geschiedenis is voor

iuT voortgaande ontwikkeling, en wat nu van deze, gelijk van

Ï eft T r /nf'nde gr°nd is en wat haar stuur en leidinf

ontwiktT e"! t 0nemdige' het Absolute, dat zich daarin zelf m daan".tot bewustzijn, tot zelfbewustzijn komt, als Begrip

p„ a~ % geestelijk subject van het wereldproces heet Idee,

en deze Idee nu verbijzondert zich weer in Ideeën, zoo b. v. bij dé Pj' ems; in de leidende Idee der vrijheid, die dan den verschillenden geesten der volkeren, der tijden, der groote mannen stuur geeft;

dLÏ om aL,°rwneni- haarl werktui&en gebruikt. Het is hier niet de P f ® °m. deze Hegeliaansche „opvatting" van de geschiedenis verder

rhriSnHnJVenK Le8n/1J eLn°g °P ««wezen, dat volgens Hegel het EL?— tC» df Idee der humaniteit — hurnanitas, van

vrif V~ "mensd11 ~ leder mensch is als mensch, als redelijk wezen, vrij Voor ons doel: het beoordeelen van de materialistische opvat-

SL, geSC]U!de,",S' is Wat wiJ van He^el's wijsbegeerte der geschiedenis mededeelden reeds voldoende, om te begrijpen, wat onder ideologische geschiedbeschrijving wordt verstaan.

Hegel was pantheïst.

OnïïnHZT de" ?r?,nd ff Tereld Spreekt als van het Absolute, het Jneindige, en zich dat Absolute bovendien denkt als eerst door zelfontwikkeling tot bewustzijn, tot zelfbewustzijn te komen, - toont

een Tan H T het Ïheïs™; met het geloof aan

d* Je5®Id wel n,et afgescheiden, maar toch onderscheiden persoonlijk God. Want wat men „persoonlijkheid" noemt, is juist zelf-

SlvfT Cn zelfbePali"g De pantheïst, dat is ieder, die het onder-

denk?V h gl0nS- tUSSchen God en wereld in zijn denken uitwischt, denkt zich ook niet meer het onderscheid tusschen Schepper en schepsel ; in zijn denkwereld voegt niet, of voegt niet meer de gedachte

Sdï'Sr* !/i J w vIakj" tegen wat de Kerk van Christus

fX'Isl^u'endSaÜ. ' ^ Sch't-

*n dit.pantheïsme van Hegel drong, door den machtigen invloed, J in en van Ult Berhjn, waar hij sedert 1818 hoogleeraar was,

Sluiten