Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

En niet alleen moet de Overheid, waar zij recht spreekt, met de billijkheid rekenen, bij de toepassing van den algemeenen regel op het concrete geval met de bijkomstige omstandigheden te rade gaan ; maar ook wij hebben in het verkeer met onze naasten, bij de toepassing van de norm of het richtsnoer der gerechtigheid, evenzoo te handelen. Zoo toch kan verhinderd worden, dat wat naar de letter recht is, naar den geest en voor het zedelijk bewustzijn tot schreeuwend onrecht wordt. Het summum ius summa injuria. Het moge al een doeltreffende methode zijn om gebrekkige wetten spoedig uit de wereld te krijgen, dat men ze letterlijk toepast, deze methode wordt echter bedenkelijk, indien men let op hen, die van zulk een toepassing het slachtoffer worden. Der antieke wereld was diep in het hart gezonken het conflict tusschen geschreven en ongeschreven recht of tusschen menschelijk en natuurlijk recht, in dat bekende geval van die zuster, welke haar broeder, die in den strijd tegen het vaderland gevallen was, had begraven; iets wat vlak inging tegen het koninklijk edict, dat het begraven van dezulken in het algemeen verbood.

Het is de billijkheid, die ook in het „verkeer" ons eenerzijds van ons recht doet afstaan, wanneer de uitoefening daarvan den naaste zou benadeelen op zulke een wijze, dat het met de heilige liefde jegens hem niet is overeen te brengen.

Maar evenzeer is het de billijkheid in het „verkeer", die ons anderzijds ook zulke aanspraken van onze naasten, welke niet gegrond zijn in het strenge recht, maar wel in zijn wezenlijk belang, doet erkennen èn, als het in ons vermogen staat en er geen andere plichten tegen strijden — zal doen bevredigen.

Algemeene, altijd en overal geldende regelen, waarnaar bepaalde gevallen zouden te beoordeelen zijn, laten zich daarbij uiteraard niet stellen. Waar en wanneer het plicht is, dus uit billijkheid van het strenge recht af te wijken, heeft men bij ieder concreet geval voor zijn eigen zedelijk bewustzijn, voor wat men gewoonlijk, doch min juist, het „geweten" noemt, uit te maken.

De „gulden regel" der wederkeerigheid echter, het: „gelijk gij wilt, dat u de menschen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks," —waarvan wij in den aanvang van dit hoofdstuk spraken; het zich verplaatsen, zich indenken in den toestand van den ander en zich dan afvragen: hoe zou ik in zijn geval willen, dat hij handelde tegenover mij ? — kan ons hier hulp bieden.

Eerst gerechtigheid èn billijkheid 6aam vormen de ééne deugd der rechtvaardigheid\ der verwisselende rechtvaardigheid, waarbij het gaat om den ruil van zaken en eigendommen; om het „verkeer".

Sluiten