Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of desertie ten gevolge hebben: die handelingen kunnen onderling zeer verschillen. Teweegbrengen is te voorschijn roepen, bevorderen is öf helpen aan het teweegbrengen of den omvang van het teweeggebrachte vergrooten. Bij beide heeft men te maken met het taalkundige, niet met eenig strafrechtelijk begrip.

De wet maakt hier geene enkele onderscheiding naar de middelen die gebezigd zijn, in tegenstelling met art. '20.3 en 204, die beperkt zijn tot de strafrechtelijke begrippen van uitlokking en medeplichtigheid.

De daad is niet voltooid zoolang het oproer, enz. niet is ontstaan of, aanwezig zijnde, is toegenomen.

Oproer is volgens de Memorie van toelichting een zuiver feitelijk begrip. De strekking dezer mededeeling is niet duidelijk geworden. Tegenover muiterij staat oproer als het meerdere tegenover het mindere, als een meer algemeen tegenover een beperkt, daardoor en ook door het gepleegde geweld gevaarlijker tegenover een minder ingrijpend verzet. Of oproer juist eischt dat de meerderheid is aan de zijde der oproerlingen l) betwijfel ik.

Muiterij, eene aan het militaire strafrecht ontleende uitdrukking, moet hier volgens de Memorie van toelichting opgevat worden als insubordinatie met vereenigde krachten „zooals nader blijkt uit art. 396".

In de Tweede Kamer werd tegenover deze uitspraak de opmerking gemaakt dat de omschrijving van art. 396 alleen geldt voor scheepvaartmisdrijven, en dus, wanneer de wet het niet zegt, niet kan worden toegepast op een niet militair misdrijf, welks vereischten integendeel moeten worden bepaald naar het militaire recht.

De Commissie van Rapporteurs wenschte derhalve de definitie van art. 396 in den laatsten titel van Boek I opgenomen te zien. Terecht voerde de Minister hiertegen aan dat het burgerlijke strafwetboek door de omschrijving van een militair misdrijf den militairen rechter niet zou mogen binden, en muiterij van militairen dus in de militaire wet moet worden bepaald. Maar daarmede is dan ook het beroep op art. 396 te niet gedaan. Volgens den Minister kent het wetboek dus twee soorten van muiterij met verschillende elementen, scheepsmuiterij en militaire muiterij.

Met desertie is het als met muiterij. Ook hier kan slechts sprake zijn van het militaire misdrijf van dien naam, in de militaire strafwetboeken omschreven.

Bij muiterij en desertie beide komt zoowel de bepaling van het crimineel wetboek voor het krijgsvolk ter zee als van dat voor het

1) Pols, Crimineel wetboek voor het krijgsvolk te lande, ad art. 81.

Sluiten