Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antwoorden. Wanneer de bebouwer van liet veld de dader is kan er geene brandstichting zijn omdat hij de bestemming om verbrand te vorden aan liet verbrande gegeven had; een vreemde echter die zonder verlof van den rechthebbende den brand in het gewas steekt, sticht brand, omdat dit gewas niet per se voor verbranding was aangewezen. Hetzelfde is het geval bijv. met eenen hoop brandstoffen die niet bestemd zijn ter plaatse waar zij liggen verbrand te worden.

liet onderscheid tusschen brand stichten en iets in brand steken komt uit bij vergelijking van art. 157 met 429 1", waarbij als overtreding strafbaar is gesteld het aanleggen van vuur op zoo korten afstand van gebouwen of goederen dat daardoor brandgevaar ontstaat. Hier blijkt dat liet maken van vuur op zich zelf geene brandstichting is.

Terecht is in de Memorie van toelichting de opmerking gemaakt < at hetgeen art 484 Code pónal mede onder voltooide brandstichting begrijpt: mettre le feu a des matières combustibles placées de manièro ;t commnniquer le feu a des édifices, etc., voortaan naar omstandigheden voltooide brandstichting of poging zal zijn. Het aanleggen van een turfvuur op eeno plaats waar dit gevaar oplevert is geene brandstichting, maar — ondersteld het opzet tot het doen in brand geraken van de omgeving — poging, zoolang die voor verbranding niet bestemde omgeving niet in brand geraakt is. Het aansteken van eenen lucifer onmiddellijk bij eenen hooiberg met liet doel dezen in brand to doen geraken is op zich zelf poging, omdat de lucifer voor ont>randing bestemd was; eerst wanneer het gelukt daardoor den niet voor verbranding bestemden hooiberg te doen ontbranden, is er voltooide brandstichting.

Daarentegen is brandstichting reeds voltooid wanneer voorwerpen niet voor verbranding bestem,1, i„ brand gestoken zijn, ook al wordt « o iedocling dat daardoor iets anders in brand zou geraken niet bereikt.

Onder brandstichting zou ik willen verstaan het opzettelijk in brand brengen van voorwerpen die niet bestemd waren in de bestaande omstandigheden van tijd en plaats in brand gestoken te worden i).

Hieronder is nu niet begrepen liet niet voorkomen van eenen to verwachten brand, bijv. in broeiend hooi; ook al is daarbij van oen opzettelijk verzuim de rede, het is geene brandstichting.

Evenmin is strafbaar het bevorderen van eenen reeds uitgebrokenen

1) Ten onrechte trekken Polenaar en Heemskerk, aanteekening 3, uit <lit artikel een argument voor hunne stelling «lat opzet in ons wetboek is boos opzet. Immers «le daad van den rookverdrijver, die vuur aanlegt om eenen geveegd™ schoorsteen te doen droogen en zón brand veroorzaakt, is niet onstrafbaar als brandstichting omdat het aanwezige opzet geen boos opzet is, maar om,lat er niet met opzet vuur is gebracht waar het niet behoorde.

14*

Sluiten