Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volvoeren of nalaten van eene ambtsverrichting naar «le onderscheidingen en door de middelen bij do wet genoemd.

Dwingen onderstelt dat iemand zonder hot dwangmiddel dat oj> hem is toegepast niet zou hebben gehandeld of nagelaten, althans niet op liet oogenblik waarop en in de omstandigheden waaronder hij thans gehandeld of niet gehandeld heeft.

Wanneer dus door meer personen bedreigingen worden gedaan dan zal voor ieders strafbaarheid moeten vaststaan dat ook diens bedreiging tot den bedreigde is doorgedrongen en deze mede daarvoor gezwicht is. Do bedreigde kan toch niet gedwongen zijn door eene bedreiging die hij niet vernomen heeft, tusschen deze en zijn toegeven bestaat geen verband.

2. Het object van den dwang moet een ambtenaar zijn . liet doel dat er mode beoogd wordt hot volvoeren of nalaten van eene ambtsverrichting. Daarom wordt do ambtenaar als zoodanig hier beschermd boven de bijzondere persoon ton aanzien van wie de dwang tot doen, nalaten of dulden behandeld wordt in art. 284. Bij dit artikel wordt onderscheid gemaakt tusschen do dwangmiddelen: voor strafbaarheid van dwingen door geweld of feitelijkheid of bedreiging daarmede is noodig dat hot wederrechtelijk geschiedt; wanneer bedreiging mot smaad of smaadschrift het middel is wordt dat niet vereischt omdat dit middel altijd ongeoorloofd is.

Ook in art. 179 is het woord „wederrechtelijk" weggelaten, voorzeker uit dezelfde overweging ten aanzien van de betrokkene persoon: dwang tegenover eenen ambtenaar die niet in re illieita verkeert is altijd wederrechtelijk. Daaruit volgt dan dat, ofschoon in hot artikel niet uitdrukkelijk van opzet gesproken wordt, do dader ook gewild moet hebben dat de ambtenaar als zoodanig zon handelen of nalaten, en dat dit zon betreffen eene ambtsverrichting.

Nu beschermt de wet echter den ambtenaar wel als men hem dwingen wil tot het volvoeren ook van onrechtmatige ambtsverrichtingen, waarbij hij trouwens die bescherming dubbel noodig hooft: maar do dwang wordt, wanneer hij nalaten beoogt, alleen gestraft indien or sprake is van eene rechtmatige handeling: het beletten van eene onrechtmatige ambtsverrichting is, althans volgons dit artikel, niet strafbaar.

Hot gemaakte onderscheid houdt dus geen verband met hot opzet van den dader maar met de positie die de ambtenaar ten aanzien van do rechtmatige uitoefening zijner bediening inneemt, waaruit volgt dat hot er niet op aankomt of de dader het rechtmatige der ambtsverrichting die hij belet heeft kende i).

1) Vgl. Polenaar en Heemskerk, aanteekening 5.

Sluiten