Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtsgeleerde schrijvers, had moeten verhinderen dat het voorschrift waarnaar hij handelt gegeven word 3).

Ik mag mij hierbij beroepen op de bepaling van art. 43 van liet wetboek, volgens welke eene op ambtelijk bevel berustende handeling den ambtenaar nimmer aan straf blootstelt, ook al was dat bevel onbevoegd gegeven, indien de uitvoerder slechts te goeder trouw mocht meenen dat het bevoegdelijk gegeven was en de nakoming binnen den kring zijner ondergeschiktheid gelegen is.

Gelijke grenzen mogen de rechtmatige uitoefening der bediening bepalen. Kan de ambtenaar zijn optreden verantwoorden op grond van hem bindende of hem macht verleenende bepalingen, dan is dat optreden rechtmatig.

Men bedenke dat het verzet gemeenlijk niet is een strijd tusschen den ambtenaar en zijnen aanvaller over zijne bevoegdheid, maar een aanval op het gezag.

Nu zijn er nog zekere ambtshandelingen die, zoo zij niet op een concreet voorschrift berusten, toch van den ambtenaar verwacht worden als liggende in de richting der werkzaamheden waarvoor zijn ambt is ingesteld. In het bijzonder geldt dit van de politie, welker bestemming in het algemeen is rust en orde te handhaven en de ingezetenen in hun recht te beschermen.

Ook die algemeene roeping zal de handelingen dei' politic kunnen rechtvaardigen voor zoover zij niet met een positief voorschrift in strijd zijn. Zóo bijv. liet reeds genoemde verwijderen van rustverstoorders uit iemands woning op verzoek van den rechthebbende, het optreden in het belang der algemeene veiligheid door zich te keeren tegen hen die onrust op straat verwekken, of in liet belang van de veiligheid der personen die wegens den toestand waarin zij verkeeren zich zelve niet behoorlijk kunnen beschermen en in bewaring worden gebracht.

Wanneer in dergelijke gevallen een ambtenaar optreedt overeenkomstig hetgeen van hem verwacht wordt, en dus ook zonder wetschennis, dan is hij in de rechtmatige uitoefening van zijne bediening -).

liet komt mij trouwens vóór dat dergelijke handelingen ten onrechte geacht zijn geworden in strijd te zijn inet art. 157 dor Grondwet; het in bewaring stellen van personen bij wijze van oogenblikkelijken maatregel van orde, opgeheven zoodra hij onnoodig is geworden,

1) Anders Hooge Kaad 17 December 1000, WW. 7537, P. v. J. 1901, no. 31. Vgl. Gerechtshof Leeuwarden 10 Juni 1900i !'• v- J■ 1Ü00, no. 63.

Sluiten