Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Over de beteekenis van lichamelijk letsel en zwaar lichamelijk letsel zie aanteekening 1 en 2 op art. 82. Ik kan mij in verband met het daar gezegde niet vereenigen met de beslissing dat reeds het gewelddadig toebrengen van pijnlijke stompen onder de bepaling van art. 181 zou vallen i).

■!. Het strafverzwarende gevolg moet zich openbaren bij de personen tegen wie de daad of het verzet gericht is.

Dat niet bedoeld is het geval dat de dader zelf letsel ontvangt werd door den .Minister van justitie geconstateerd op eene daaromtrent gedane vraag, die gegrond was op eene misschien letterlijke maar niet redelijke uitlegging van hot artikel*). En dat niet het door derden toevallig opgedane letsel in aanmerking komt ligt in de woorden der wet opgesloten. Het misdrijf richt zich alleen tegen den ambtenaar of den met hein gelijkgestelde, kan dus ook alleen voor hengevolgen hebben, en de feitelijkheden moeten er mede gepaard gaan, dus ook hetzelfde object hebben als liet misdrijf. In gelijken geest sprak ook de Minister.

Wie zich zoo nabij een verzet waagt dat hij letsel kan oploopen heeft dat gevolg toch eigenlijk aan zich zeiven te wijten. Gaat daarentegen met het verzet eene bepaalde mishandeling van eenen tierde gepaard, dan is er geene reden om den gewonen samenloop uit te sluiten.

4. Het gevolg dat de verhoogde strafbaarheid medebrengt zal ook hiei het directe gevolg moeten zijn, met uitsluiting van hetgeen indirect uil het misdrijf voortvloeit, als bijv. iemands dood als naaste gevolg van schrik over de gedane bedreiging. Er is geene reden hier eene andere beteekenis aan de woorden „ten gevolge hebben" toe te kennen dan bij art. 157 ; zie aanteekening 12 aldaar, en aanteekening 12 op art. 162 3).

De straf kan nog niet een derde verhoogd worden ingeval het feit is begaan op gebied dat in staat van oorlog of van beleg is verklaard, art. 48 der wet van 23 Mei 18!J9. Stbl. 128.

') Vgl. Hooge Raad 30 October 1893, Wbl. 6420, I'. v. J. 1893, no. 94.

2) Smult IT, eerste druk 172, tweede druk 174.

3) Anders Polenaar en Heemskerk, aanteekening 2, op grond van hunne bij de uitlegging van art. 157 begane verwarring van het te duchten gevaar en hol gevolg, door mij bij aanteekening 9 op dat artikel in de noot aangewezen.

Sluiten