Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L)t> oorspronkelijke tekst sprak enkel van vordering. De Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer achtte twijfel mogelijk of onder vordering ook bevel zou kunnen begrepen worden, en verlangde daarom de thans in de wet opgenomene bijvoeging. Vermits niet vordering hier niet anders bedoeld kan zijn dan eene vordering waaraan gevolg gegeven "'moet worden, was de bijvoeging nauwelijks noodzakelijk; zij zal echter dit gevolg hebben dat eene vordering die in den vorm van een bevel gedaan wordt niet buiten het artikel zal vallen.

Wellicht zou men ook kunnen onderscheiden: bevel om iets te doen. vordering om iets toe te laten.

Het niet voldoen is voltooid zoodra er behoort voldaan te zijn. Als omissiedelict laat het geene poging toe, zie aanteekening 9 op art. 45.

0. In de tweede plaats wordt genoemd het beletten, belemmeren of verijdelen van eene ondernomene handeling.

Beletten is onmogelijk maken, belemmeren moeielijk maken, verijdelen de gevolgen wegnemen, krachteloos maken, vgl. aanteekening 1 op art. 129 en 6 op art. 159.

De Hooge Raad omschrijft bij arrest van 2 December 1901 i) in gelijken geest verijdelen als krachteloos maken of doen mislukken van eene reeds volbrachte handeling door daaraan het daarmede beoogde gevolg te ontnemen.

Noor eiken der vormen van liet misdrijf zal eene daad noodig zijn. die eenerzijds staat tegenover het niet doen wat gevorderd wordt, in den aanhef van het artikel genoemd, anderzijds tegenover een verbod aan den ambtenaar waaraan deze zich niet heeft te storen en dat dus geen beletten, belemmeren of verijdelen genoemd kan worden2). Overigens behoeft de daad zich niet tegen de persoon van den ambtenaar middellijk of onmiddellijk te richten.

In hare nota van wijzigingen noemde de Regeering bij art. 10 25" der Invoeringswet art. 25 der wet van 28 Mei 1869, Stbl. 97, regelen.Ie het toezicht op het gebruik der stoomtoestellen, overtollig nevens art. 184''); juist in zoover als het verrichten van handelingen waardoor onzekerheid omtrent «Ie oorzaak eener ontploffing ontstaat eene verijdeling kan zijn van het onderzoek naar die oorzaak, maar onjuist

1) Whl. 71.94, P. v. J. 1902, nn. 112.

2) Vgl. Rechtbank Xutfen 27 Juni 1900, I'. v. J. 1900, no. 113, en 18 September 1900, I'. v. J. no. 77.

:!) Smult V, eerste «lrnk blailz. 340, f. Vgl. Rechtbank Zierikzee 5 April 1898, U 1)1. 7.375, P. v.J. 1898, no. 58. De bepaling is in «le wet van 15 April 1896, Stbl. 09, vervangende de wet van 1869, niet weder opgenomen.

Sluiten