Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee bepalingen gehandhaafd. Zij zijn dan ook ruimer dan art. 190 dat als vereischte stelt opzet om de schouwing te beletten, te belemmeren of te verijdelen. No. 6 van art. 43 is echter niet gehandhaafd, zoodat het feitelijk verhinderen of belemmeren van de gerechtelijke schouwing zonder opzet niet meer strafbaar is dan voor zoover het onder art. 150 kan vallen.

Samenloop van de misdrijven van art. 190 en 151 is mogelijk gebleven.

Het belemmeren, beletten of verijdelen van eenen doodschouw, wel te onderscheiden van eene gerechtelijke schouwing (zie art. 4 der wet van 1869) is, evenals onder vigueur dier wet, straffeloos gelaten.

3. Ofschoon het artikel niet buiten verband staat met art. 5 der wet op het begraven bovengenoemd, is het niet uitsluitend toepasselijk op het geval dat een lijk nog niet begraven is. Ook zonder dat er teekenen of aanduiding van eenen gewelddadigen dood zijn, zonder dat dus de schouwing vóór de begrafenis heeft plaats gehad, kan zij noodig zijn; zij blijft dan eene gerechtelijke schouwing en valt als zoodanig onder de bepalingen van het artikel.

Ook behoeft hier niet vast te staan dat hetgeen de justitie wil doen schouwen nog een lijk is (zie aanteekening 5 op art. 150); het komt hier niet aan op het object maar op den aard der voorgenomene verrichting; zóo zal ook de schouwing van een gedeelte van een lijk, waai van het overige deel niet gevonden wordt of niet meer aanwezig is, lijkschouwing genoemd kunnen worden; deze is in het algemeen liet onderzoek gedaan aan hetgeen van eenen gestorvene is overgebleven.

4. Beletten, belemmeren, verijdelen, zie aanteekening 6 op art. 184.

Artikel 191.

Hij die opzettelijk iemand, op openbaar gezag ol krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van de vrijheid beroofd, bevrijdt of bij zijne zelfbevrijding behulpzaam is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

1. Het bij dit artikel voorziene misdrijf kan zich in twee vormen voordoen: bevrijding, en behulpzaam zijn bij zelfbevrijding. Vermits liet nauwelijks denkbaar is dat bij bevrijding de persoon die bevrijd wordt niet zelf er toe zou medewerken, moeten de beide vormen onderscheiden worden naar het initiatief; gaat de handeling uit van

Sluiten